NIEUWSBRIEF 7   ENKEL IRAKEZEN KUNNEN IRAK HEROPBOUWEN, maar u kan hen steunen!

November 2010                                                   kies uw taal: FRANCAIS ENGLISH ESPAÑOL  ARABIC

 
 

INTERNATIONAAL SEMINARIE OVER DE SITUATIE VAN IRAKESE ACADEMICI
     Het onderwijs verdedigen in tijden van oorlog en bezetting
Wil je meer weten over het internationaal seminarie over de situatie van Irakese academici: klik hier
   
CONTENT OF THE NEWSLETTER: klik op de titel

VERDER KIJKEN DAN DE WIKILEAKS “ONTHULLINGEN” - Dirk Adriaensens, spreker tijdens seminarie

DOEL VAN HET INTERNATIONAAL SEMINARIE

BRAIN DRAIN IN IRAK 
- Basim Al Janabi, spreker tijdens seminarie

BRIEF AAN TONY BLAIR - Hans von Sponeck, spreker tijdens seminarie

STATE-ENDING  - Raymond Baker, spreker tijdens seminarie

WE HEBBEN UW STEUN NODIG VOOR HET SEMINARIE

WETENSCHAPPELIJK COMITE VAN HET SEMINARIE

REDENEN OM HET SEMINARIE TE STEUNEN                                     

PARTNERS-COORGANISATOREN VAN HET SEMINARIE

EERSTE PARTNERS-ONDERTEKENAARS VAN HET SEMINARIE

WEBSITE VAN HET SEMINARIE

HET BRUSSELLS TRIBUNAAL

is een internationaal netwerk van intellectuelen, kunstenaars en activisten, die zich verzetten tegen de logica van een permanente oorlog, die wordt gevoerd door de regeringen van de Verenigde Staten en hun bondgenoten en die nu vooral op een specifieke regio is gericht: het Midden-Oosten.  In 2004 organiseerde het een volkstribunaal tegen “the Project for a New American Century” (PNAC) en tegen de illegale invasie in Irak, maar het BRussells Tribunal bleef verder werken. Het wil een brug slaan tussen het verzet van intellectuelen in de Arabische wereld en de vredesbewegingen in het Westen.


De Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties evalueerde op 5 november  2010 de mensenrechtensituatie van de Verenigde Staten, ter gelegenheid van de negende zitting van de Universal Periodic Review (UPR), van 1 tot 12 november 2010. Hieronder kan u de presentatie lezen die door Dirk Adriaensens werd gegeven in de "Bijzondere Informatie Sessie van Extra-territoriale schendingen van de mensenrechten" door de Verenigde Staten" op 3 november in de site van de United Nations Human Rights Council in Genève.

  
   

Achter de schermen van de WikiLeaks "onthullingen"

                          DE ONTMANTELING VAN DE IRAKESE STAAT

Enkele dagen na de verwoestende aanslagen van 9 / 11 verklaarde vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz dat “het beëindigen van landen die het terrorisme steunen” een belangrijk aandachtspunt van het Amerikaanse buitenlandse beleid zou worden. Irak werd bestempeld als een "terroristische staat" en dus klaar voor “beëindiging”. President Bush duidde Irak aan als de frontlinie van de wereldwijde oorlog tegen terreur. Amerikaanse troepen zijn Irak binnengevallen met de uitdrukkelijke bedoeling om de Irakese staat te ontmantelen. Na de Tweede Wereldoorlog was de aandacht van de politieke en sociale wetenschappen vooral gericht op “Nation building” en het opstellen van ontwikkelingsmodellen. Er is weinig geschreven over staatsvernietiging en de-development. We kunnen nu, na 7 jaren oorlog en bezetting, met grote zekerheid stellen dat de vernietiging van de Irakese staat een bewuste doelstelling was van het beleid van de VS.   

De gevolgen in menselijke en culturele termen van de vernietiging van de Irakese staat zijn enorm: met name de dood van meer dan 1,3 miljoen burgers, de vernietiging van de sociale infrastructuur, waaronder elektriciteit, drinkwater en riolering; meer dan acht miljoen Irakezen hebben humanitaire hulp nodig; er is extreme armoede: uit het VN-Mensenrechtenrapport voor het 1e kwartaal van 2007 blijkt dat 54% van de Irakezen overleeft met minder dan $ 1 per dag, er zijn tenminste 2,5 miljoen vluchtelingen en 2.764.000 binnenlandse ontheemden tot eind 2009. Eén op zes Irakezen is ontheemd. Etnische en religieuze minderheden op de rand van uitroeiing. UN-HABITAT, een agentschap van de Verenigde Naties, publiceerde een 218-pagina's tellend rapport getiteld State of the World's Cities, 2010-2011. Voor de Amerikaanse invasie van Irak in 2003, zweefde het percentage van de stedelijke bevolking in krottenwijken in Irak net onder 20 procent. Vandaag de dag is dat percentage gestegen tot 53 procent: 11 miljoen van de 19 miljoen stedelingen leven in sloppenwijken.

Vernietiging van het Irakese onderwijs

Het Unesco-rapport "Onderwijs onder vuur 2010 - Irak", gedateerd 10 februari 2010, concludeert dat "Hoewel de algemene veiligheid in Irak is verbeterd, is de situatie van de scholen, studenten, docenten en academici gevaarlijke gebleven". De directeur van de United Nations University International Leadership Institute publiceerde een rapport op 27 april 2005 waarin werd vermeld dat sinds het begin van de oorlog van 2003 ongeveer 84% van de Irakese instellingen voor hoger onderwijs zijn verbrand, geplunderd en vernietigd.
Aanhoudend geweld heeft de vernietiging teweeggebracht van veel schoolgebouwen en ongeveer een kwart van alle basisscholen moet worden heropgebouwd. Sinds maart 2003 werden meer dan 700 basisscholen gebombardeerd, 200 werden verbrand en meer dan 3.000 geplunderd. Tussen maart 2003 en oktober 2008 werden 31.598 gewelddadige aanvallen tegen onderwijsinstellingen gemeld in Irak, volgens het ministerie van Onderwijs (MOE). Populaties van leraren in Bagdad zijn gedaald met 80%. Sinds 2007 hebben bomaanslagen in Al Mustansiriya Universiteit in Bagdad meer dan 335 studenten en medewerkers gedood of verminkt, volgens een artikel van 19 oktober 2009 in de NYT, en een 12-meter hoge muur is gebouwd rond de campus om aanslagen te voorkomen.. MNF-I, het Irakese leger en de Irakese politie-eenheden bezetten meer dan 70 schoolgebouwen voor militaire doeleinden alleen al in de Diyala provincie, een duidelijke schending van de verdragen van Den Haag. Het Unesco-rapport is heel duidelijk: "Aanvallen op het onderwijs bleven voortduren gedurende 2007 en 2008 aan een lagere frequentie - maar een die aanleiding zou geven tot ernstige bezorgdheid in een ander land." Waarom leidt dit niet tot ernstige bezorgdheid als het gaat om Irak? En de aanvallen zijn weer aan het toenemen, een stijging van 50%, zoals blijkt uit deze statistieken:

Vermoorde Academici (bron: BRussells Tribunal)

  (Op 20 maart 2008 meldde Reporters Without Borders dat honderden journalisten in ballingschap werden gedwongen sinds het begin van door de VS geleide invasie.)

Het elimineren van de Irakese middenklasse

Tegelijk met de vernietiging van de educatieve infrastructuur van Irak, leidde deze repressie tot de massale gedwongen verplaatsing van het gros van de opgeleide middenklasse van Irak - de belangrijkste motor van de vooruitgang en ontwikkeling in moderne staten. De intellectuele en technische klasse van Irak werd onderworpen aan een systematische en permanente campagne van intimidatie, ontvoering, afpersing, willekeurige executies en gerichte moordaanslagen. De decimering van professionele gelederen vond plaats in het kader van een algemene aanval op de professionele middenklasse van Irak, waaronder artsen, ingenieurs, advocaten, rechters, alsmede politieke en religieuze leiders. Ruwweg 40 procent van de middenklasse van Irak heeft het land ontvlucht tegen het einde van 2006. Weinigen zijn teruggekeerd. Tot 75 procent van de Irakese artsen, apothekers en verpleegkundigen hebben hun job verlaten sinds de door de VS geleide invasie in 2003. Meer dan de helft van hen zijn geëmigreerd. Twintig duizend van Irak’s 34.000 geregistreerde artsen verlieten het land na de Amerikaanse invasie. Minder dan 2.000 van hen zijn teruggekeerd tegen april 2009, hetzelfde als het aantal dat is omgekomen gedurende de oorlog en bezetting.

Tot op heden is er door de bezettende autoriteiten geen systematisch onderzoek gevoerd naar dit fenomeen. Niet één enkele aanhouding werd gemeld die verband zou houden met deze terreur tegen de intellectuelen. De onwil en onverschilligheid om deze systematische aanvallen op Irakese professionelen te beschouwen als een ernstig probleem is volledig in overeenstemming met de meer algemene rol die de bezettingsmachten spelen in de onthoofding van de Irakese samenleving.  

Het vernietigen van de Irakese cultuur en uitwissen van het collectieve geheugen

Al deze verschrikkelijke verliezen worden nog verergerd door ongekende niveaus van culturele verwoesting, aanvallen op de nationale archieven en monumenten die de historische identiteit van het Irakese volk vertegenwoordigen. We weten nu dat duizenden culturele artefacten verdwenen tijdens "Operation Iraqi Freedom", onder het gezag van de VS. Niet minder dan 15.000 Mesopotamische artefacten van onschatbare waarde verdwenen uit het Nationaal Museum in Bagdad, en vele andere van de 12.000 archeologische sites lieten de bezetters onbewaakt. Terwijl het museum werd beroofd van haar historische collectie, werd de Nationale Bibliotheek, die de continuïteit en de trots van de Irakese geschiedenis bewaarde, opzettelijk vernield. Bezettingsautoriteiten namen geen maatregelen om de belangrijkste culturele bezienswaardigheden te beschermen, ondanks de waarschuwingen van de internationale specialisten. Volgens een recente update over het aantal gestolen artefacten door Francis Deblauwe, een archeoloog en deskundige over Irak, blijkt dat niet minder dan 8.500 objecten nog steeds ontbreken, alsook 4,000 artefacten die in het buitenland werden opgespoord, maar nog niet terug in Irak zijn.


De houding van de VS-geleide troepenmacht tegenover deze plundering was, op zijn best, onverschilligheid en erger. Het falen van de VS om zijn verantwoordelijkheden krachtens het internationale recht te nemen en beschermende maatregelen te nemen, werd nog verergerd door grove directe acties die in ernstige mate het Irakese culturele erfgoed beschadigden. Sinds de invasie in maart 2003 heeft de VS geleide troepenmacht ten minste zeven historische locaties omgevormd tot basissen of militaire kampen, met inbegrip van UR, een van de oudste steden van de wereld en de geboorteplaats van Abraham, met inbegrip van het mythische Babylon waar een Amerikaanse militair kamp onherstelbare schade heeft toegebracht aan de oude stad.


Vernietiging van de Irakese staat

Ongebreidelde chaos en geweld belemmeren inspanningen voor de wederopbouw, waardoor de fundamenten van de staat Irak in puin zijn. De meerderheid van de westerse journalisten, academici en politici hebben geweigerd om de dodentol en de culturele vernietiging op zo'n grote schaal te erkennen als volledig voorspelbare gevolgen van de Amerikaanse bezettingspolitiek. Het idee wordt beschouwd als ondenkbaar, ondanks de openheid waarmee dit doel werd nagestreefd.

Het is tijd om het ondenkbare te denken. De door de VS geleide aanval op Irak dwingt ons na te denken over de betekenis en de gevolgen van de vernietiging van de staat als een beleidsdoelstelling. De architecten van het Irak-beleid hebben nooit expliciet geduid wat deconstructie en reconstructie van de Irakese staat met zich mee zou brengen; hun acties maken echter de bedoelingen duidelijk. Uit hun acties in Irak kan een vrij nauwkeurige definitie van staatsbeëindiging worden gelezen. De campagne om Irak te vernietigen startte met het afzetten en vermoorden van het wettelijke staatshoofd Saddam Hoessein en leidende figuren uit de Baath partij. Echter, de vernietiging van de staat ging verder dan regime change. Ook de doelgerichte ontmanteling van grote overheidsinstellingen, de ontbinding van het Irakese leger en politionele diensten en het lanceren van een langdurig proces van politieke hervorming maken deel uit van dit proces.

Pro-consul Paul Bremer's 100
orders hebben Irak veranderd in een gigantisch vrije-markt-paradijs, maar een helse nachtmerrie voor de Irakezen. Ze koloniseerden het land voor het kapitaal en plunderden op de grootste schaal, een moordend kapitalistische laboratorium. Irakezen werden niet betrokken bij de planning, noch werden hen contracten aangeboden die de voordelen verdelen. Nieuwe economische wetten voerden lage belastingen in, Irakese activa werden voor 100% eigendom van buitenlandse investeerders met het recht om alle winsten naar het buitenland te versassen, onbeperkte invoer, en lange termijn deals en pachtovereenkomsten van 30-40 jaar die Irakezen onteigenen van hun eigen middelen.

Deze uitwissing van het verleden en de ondermijning van de hedendaagse sociale verworvenheden in het bezette Irak verhinderen eveneens een zinvolle toekomst. Irak wordt overgeleverd aan de desintegrerende krachten van sektarisme en regionalisme. Irakezen, ontdaan van hun gemeenschappelijk erfgoed moeten nu leven in de ruines van ooit moderne sociale instellingen van een coherente en eengemaakte duurzame samenleving. Ze zijn overgeleverd aan de krachten van burgeroorlog, sociaal en religieus atavisme en wijdverbreide criminaliteit. Irakees nationalisme dat groeide door een langdurig proces van staatsopbouw en sociale interactie wordt thans afgebroken. Het dominante discours beweert ten onrechte dat sektarisme en etnisch chauvinisme altijd de basis hebben gevormd van de Irakese samenleving, en steeds opnieuw wordt de destructieve mythe herhaald van een eeuwenoude strijd zonder oplossing, waarvoor de overheersers geen verantwoordelijkheid dragen. Hedendaags Irak vormt een gefragmenteerde pastiche van sektarische krachten in een zogenaamd liberale democratie met neo-liberale economische structuren. Een verdeel-en-heers techniek wordt toegepast om cultureel samenhangende gebieden te fragmenteren en te onderwerpen. Het regime geïnstalleerd door de bezettingsmacht in Irak heeft het land hervormd langs sektarische lijnen: het ontbinden van de hard bevochten eenheid van een lang project van staatsopbouw. Dit resulteerde in een beleid van etnische zuiveringen
, gedeeltelijk onthuld door de WikiLeaks files.

De Wikileaks documenten

De Wikileaks documenten, openbaar gemaakt op 22 oktober 2010, laten zien hoe het Amerikaanse leger een geheime order gaf om martelingen door de Irakese autoriteiten en ontdekt door Amerikaanse troepen niet te onderzoeken
. De gegevens laten ook zien hoe honderden burgers werden gedood door coalitietroepen in ongemelde gebeurtenissen, hoe honderden Irakese burgers: zwangere vrouwen, ouderen en kinderen, werden doodgeschoten bij de controleposten. Er zijn veel klachten van gevangenismisbruik door coalitietroepen, zelfs na het Abu Ghraib schandaal. De bestanden schilderen ook een grimmig beeld van wijdverspreide martelingen in Irakese gevangenissen. Twee openbaringen wachten de lezer van het Wikileaks hoofdstuk over burgerdoden in de oorlog in Irak: de Irakezen zijn verantwoordelijk voor de meeste van de civiele slachtoffers en het totale aantal burgerslachtoffers is aanzienlijk hoger dan eerder gemeld.  e documenten laten de afglijding naar chaos en horror zien als het land ondergedompeld wordt in de zogenaamde 'burgeroorlog'. De logs noteren ook duizenden lichamen, velen gruwelijk gemarteld, gedumpt in de straten van Irak. Door de Wikileaks bestanden zien we de gevolgen die de oorlog gehad heeft op Irakese mannen, vrouwen en kinderen. De omvang van de sterfgevallen, aanhoudingen en geweldplegingen wordt hier officieel erkend voor de eerste keer.
Een grondig onderzoek van deze documenten zal ons een beter inzicht geven in de wreedheden begaan in Irak. De Wikileaks logs kunnen dienen als bewijs in rechtszaken. Ze zijn belangrijk materiaal voor advocaten om aanklacht in te dienen tegen de VS wegens nalatigheid en de verantwoordelijkheid voor het doden van duizenden mensen. Een eerlijke vergoeding voor de families van de slachtoffers en de erkenning van hun lijden kan helpen om de wonden te helen. In een eerste officiële Amerikaanse State Department reactie op de massale WikiLeaks release van deze vertrouwelijke documenten over de oorlog in Irak, haalde woordvoerder PJ Crowley de bewijzen onderuit dat de Amerikaanse troepen de opdracht kregen om misbruik van gedetineerden door de Irakese regering toe te dekken, benadrukkend dat het misbruik niet Amerika's probleem is. Deze reactie is hemeltergend. De daders van dit geweld en degenen die de soldaten het bevel gaven om de ogen te sluiten wanneer zij werden geconfronteerd met marteling en buitengerechtelijke executies moeten veroordeeld worden voor oorlogsmisdaden. De Amerikaanse en Britse strijdkrachten en regeringen hebben duidelijk geweigerd om aan hun verplichtingen te voldoen krachtens het internationaal recht als een de facto bezettingsmacht.

Echter, uit deze logboeken blijkt alleen de 'SIGACT of significante acties in de oorlog, "zoals opgetekend door soldaten in het Amerikaanse leger": de verslagen van de "gewone" Amerikaanse troepen. De logs bevatten niets nieuws, zij bevestigen en officialiseren slechts wat de Irakezen en “unembedded” Westerse waarnemers reeds jaren aan het publiek proberen over te brengen. Hoewel alle persagentschappen en nieuwsmedia het WikiLeaks verhaal verslaan, zijn weinig media bereid om terug te kijken naar hun eigen verslaggeving en weigeren ze te erkennen dat ze hebben gefaald om eerlijk verslag uit te brengen over de misdaden.

Wat niet uit deze 400.000 documenten blijkt is de Amerikaanse betrokkenheid van "ongeregelde troepen" in speciale operaties, counter-insurgency oorlog en doodseskaders activiteiten. Wanneer zullen de documenten over de "vuile oorlog" geopenbaard worden? Het B
Russells Tribunal, dat deze verschrikkelijke invasie en bezetting sinds 2003 op de voet volgt, is ervan overtuigd dat de WikiLeaks lekken enkel het oppervlak van de catastrofale oorlog in Irak wegkrast. Wat we uit de Wikileaks documenten kunnen opmaken is slechts het topje van de ijsberg. Het is tijd om een duik te nemen in de troebele wateren van de oorlog in Irak en het verborgen deel van de ijsberg proberen te ontdekken.

Etnische zuiveringen

Het werd duidelijk na de invasie in 2003 dat de Irakese groepen in ballingschap een belangrijke rol zouden spelen in de gewelddadige reactie op het verzet in het bezette Irak. Reeds op 1 januari 2004 werd gemeld dat de Amerikaanse regering plannen had om paramilitaire eenheden te creëren bestaande uit militieleden van Irakese Koerden en groepen in ballingschap met inbegrip van de Badr Brigades, het Irakese National Congres en het Irakese National Accord om een campagne te ontketenen van terreur en buitengerechtelijke moorden, vergelijkbaar met het Phoenix-programma in Vietnam: de terreur- en moordcampagne die tienduizenden burgers gedood heeft.

In de 87 miljard dollar extra krediet voor de oorlog in november 2003 was $ 3 miljard opgenomen voor een geheim programma, fondsen die voor de paramilitairen zouden worden gebruikt voor de komende 3 jaar. In die periode werd het nieuws uit Irak steeds meer gedomineerd door berichten over doodseskaders en etnische zuiveringen, beschreven in de pers als "sektarisch geweld", een begrip dat werd gebruikt als het nieuwe centrale verhaal in de oorlog en de belangrijkste rechtvaardiging voor de voortdurende bezetting. Een deel van het geweld kan spontaan geweest zijn, maar er is overweldigend bewijs dat het overgrote deel van dit geweld het gevolg was van de plannen beschreven door verschillende Amerikaanse experts in december 2003.

Ondanks latere Amerikaanse pogingen van het Amerikaanse beleid om afstand te nemen van de gruwelijke resultaten van deze campagne, werd ze gelanceerd met de volledige steun van conservatieve opiniemakers in de VS, die zelfs verklaarden: "de Koerden en de INC hebben uitstekende inlichtingendiensten en we moeten hen in staan stellen die te benutten ... vooral om counterinsurgency operaties uit te voeren in de Sunny Driehoek " aldus een Wall Street Journal editoriaal.

De Salvador Option


In januari 2005, meer dan een jaar na de eerste rapporten over de planning door het Pentagon van standrechterlijke moorden en paramilitaire operaties, sierde de "Salvador Option" de pagina's van Newsweek en andere belangrijke nieuwsbronnen. Het uitbesteden van staatsterrorisme aan lokale proxy krachten werd beschouwd als een essentieel onderdeel van een beleid dat erin geslaagd was de totale nederlaag van de door de VS gesteunde regering in El Salvador te voorkomen. Door het Pentagon betaalde huurlingen, zoals DynCorp, trainden de sektarische milities die werden gebruikt om Irakezen te terroriseren en te doden en Irak te provoceren in een burgeroorlog.

In 2004 publiceerden twee hoge Amerikaanse legerofficieren een lovende recensie over de Amerikaanse proxy oorlog in Colombia: "presidenten Reagan en Bush steunden een kleine, beperkte oorlog terwijl ze probeerden om Amerikaanse militaire betrokkenheid geheim te houden voor het Amerikaanse publiek en de media. Het huidige Amerikaanse beleid ten aanzien van Colombia lijkt deze zelfde vermomde, stille, media-vrije aanpak te volgen. "

Het onthult het fundamentele karakter van de "vuile oorlog", zoals in Latijns-Amerika en de ergste uitwassen van de oorlog in Vietnam. Het doel van vuile oorlog is niet verzetsstrijders te identificeren, gevangen te houden of te doden. Het doel van vuile oorlog is de burgerbevolking. Het is een strategie van staatsterrorisme en collectieve bestraffing tegen een hele bevolking met het doel om deze te terroriseren tot onderwerping. Dezelfde tactiek gebruikt in Centraal-Amerika en Colombia werd geëxporteerd naar Irak. Zelfs de architecten van deze vuile oorlogen in El Salvador (ambassadeur John Negroponte en James Steele) en in Colombia (Steven Casteel) werden overgebracht naar Irak om dezelfde vuile werk te doen. Daartoe werden de beruchte "Special Police Commandos" aangeworven, opgeleid en ingezet, waarin later, in 2006, doodseskaders zoals de Badr Brigades en andere milities werden opgenomen. Amerikaanse troepen zetten een high-tech operationeel centrum op voor de Special Police Commandos op een "geheime locatie" in Irak. Amerikaanse technici installeerden satelliet-telefoons en computers met uplinks naar het internet en de Amerikaanse Forces Networks. Het commando centrum had directe verbindingen met het Irakese Ministerie van Binnenlandse Zaken en met elke Amerikaanse Vooruitgeschoven basis in het land.
Toen het nieuws van de wreedheden die door deze troepen in Irak in de pers verscheen in 2005, zou Casteel een cruciale rol spelen om de schuld voor deze buitengerechtelijke executies te geven aan "opstandelingen" met gestolen politie-uniformen, voertuigen en wapens. Hij beweerde ook dat martelingencentra werden beheerd door malafide elementen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, zelfs als feiten aan het licht kwamen van martelingen binnen het hoofdkwartier van het Ministerie waar hij en andere Amerikanen werkte
n. Amerikaanse adviseurs van het Ministerie van Binnenlandse Zaken hadden hun hoofdkwartier op de 8e verdieping, direct boven een gevangenis op de 7e verdieping waar martelingen plaats vonden.


De kritiekloze houding van de westerse media tegenover Amerikaanse functionarissen zoals Steven Casteel heeft verhinderd dat er een wereldwijde populaire en diplomatieke verontwaardiging kwam over de enorme escalatie van de vuile oorlog in Irak in 2005 en 2006, in overeenstemming met de "vermomde, stille, media-vrije aanpak" hoger vernoemd. Toen het verhaal van Newsweek in januari 2005 op de frontpagina’s terechtkwam, verscheen General Downing, het voormalige hoofd van de Amerikaanse Special Forces, op NBC. Hij zei: "Dit is onder controle van de Amerikaanse strijdkrachten, van de huidige interim-regering van Irak. Er is geen reden om te denken dat we een moordcampagne zullen meemaken die onschuldige burgers zal treffen." Binnen de kortste tijd werd Irak overspoeld door precies dat soort moordcampagne. Deze campagne heeft geleid tot willekeurige detentie, marteling, buitengerechtelijke executies en de massale uittocht en ontheemding van miljoenen. Duizenden Irakezen zijn verdwenen tijdens de ergste maanden van deze vuile oorlog tussen 2005 en 2007. Sommigen werden opgepikt door geüniformeerde milities en opgestapeld in vrachtwagens, anderen leken gewoon te verdwijnen. Irak’s minister van mensenrechten Wijdan Mikhail zei dat haar ministerie meer dan 9.000 klachten ontvangen had in 2005 en 2006 alleen al van Irakezen die zeiden dat een familielid was verdwenen. Mensenrechtenorganisaties schatten het totale aantal veel hoger. Het lot van de vele vermiste Irakezen blijft onbekend. Velen kwijnen weg in een van de beruchte geheime gevangenissen in Irak.

Journalist Dr Yasser Salihee werd gedood op 24 juni 2005 door een Amerikaanse sluipschutter, zogenaamd "per ongeluk". Drie dagen na zijn dood publiceerde de nieuwsgroep Knight Ridder een rapport over zijn onderzoek naar de Special Police Commandos en hun banden met martelingen, buitengerechtelijke executies en verdwijningen in Bagdad. Salihee en zijn collega's onderzochten ten minste 30 afzonderlijke gevallen van ontvoeringen die leidden tot marteling en dood. In elk van die gevallen legden getuigen consistente verklaringen af van invallen door grote aantallen van politiecommando's in uniform, in duidelijk gemarkeerde politievoertuigen, met politiewapens en kogelvrije vesten. En in elk van die gevallen werden de gedetineerden later dood teruggevonden met bijna identieke tekenen van marteling en ze werden meestal gedood door een schot in het hoofd.

Het effect van gewoon niet te wijzen op de link tussen de VS en de door Iran gesteunde Badr Brigade milities, de door de VS gesteunde Wolf Brigade en andere speciale politie-commando-eenheden, of de omvang van de Amerikaanse werving, training, leiding en controle van deze eenheden, was verstrekkend. Het vervormde de percepties van de gebeurtenissen in Irak gedurende de verdere escalatie van de oorlog, waardoor de indruk werd gewekt van zinloos geweld geïnitieerd door de Irakezen zelf en het verhulde de Amerikaanse hand in de planning en uitvoering van de meest wrede vormen van geweld. Door de toedekking van de misdaden begaan door de Amerikaanse overheid, hebben nieuwsredacties een belangrijke rol gespeeld bij het voorkomen van de publieke verontwaardiging die de verdere escalatie van deze campagne zou kunnen hebben ontmoedigd.

De precieze omvang van de Amerikaanse medeplichtigheid in verschillende aspecten en fasen van doodseskaders operaties, foltering en verdwijningen, verdient een grondig onderzoek. Het is niet aannemelijk dat Amerikaanse functionarissen gewoon onschuldige omstanders waren in duizenden van deze incidenten. Zoals vaker door Irakese waarnemers werd geduid, verplaatsten doodseskaders van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zich ongehinderd door Amerikaanse en Irakese checkpoints terwijl ze duizenden mensen arresteerden, martelden en vermoorddden.

Net als in andere landen waar Amerikaanse troepen betrokken zijn in wat zij "counter-insurgency ' noemen, hebben het Amerikaanse leger en de ambtenaren van de inlichtingendiensten lokale krachten aangeworven, getraind, uitgerust en ingezet in een gerichte campagne van staatsterreur gericht tegen het leeuwendeel van de de lokale bevolking die bleef weigeren de invasie en bezetting van hun land te aanvaarden.

De mate van Amerikaans initiatief in de aanwerving, opleiding, de uitrusting, inzet, leiding en controle van de Special Police Commandos maakte duidelijk dat de Amerikaanse trainers en bevelhebbers de parameters bepaalden waarbinnen deze krachten werden gebruikt. Veel Irakezen en Iraniërs waren zeker schuldig aan verschrikkelijke misdaden in de loop van deze campagne. Maar de eerste en belangrijkste verantwoordelijkheid voor dit beleid en voor de misdaden die eruit voortvloeiden, berust bij de individuen in de civiele en militaire commandostructuur van het Amerikaanse Ministerie van Defensie, de CIA en het Witte Huis, die het "Phoenix" of "Salvador" terreur beleid in Irak bedachten, goedgekeurd en uitgevoerd hebben.

Het rapport van het Human Rights Bureau van UNAMI, uitgebracht op 8 september 2005, geschreven door John Pace, was zeer expliciet en koppelde de campagne van arrestaties, marteling en buitengerechtelijke executies rechtstreeks aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en indirect aan de door de VS geleide Multi-nationale strijdkrachten.

Het definitieve VN-Mensenrechtencomite rapport van 2006 beschreef de gevolgen van dit beleid voor de bevolking van Bagdad, terwijl het de institutionele wortels in de Amerikaanse politiek verwaarloosde. Het "sektarisch geweld" dat Irak overspoelde in 2006 was niet een onbedoeld gevolg van de Amerikaanse invasie en bezetting, maar maakte er integraal deel van uit. De Verenigde Staten hadden niet de bedoeling om de stabiliteit en veiligheid te herstellen in Irak. Ze hebben bewust de stabiliteit ondermijnd in een wanhopige poging om via een "verdeel en heers" politiek het land te pacificeren en zo nieuwe rechtvaardigingen te fabriceren voor onbeperkte geweld tegen Irakezen die nog steeds de illegale invasie en bezetting van hun land bleven afwijzen.

De aard en omvang van de betrokkenheid van verschillende individuen en groepen binnen de Amerikaanse bezettingsstructuur blijft nog steeds een smerig, duister geheim, maar er zijn veel sporen die kunnen worden gevolgd door een serieus onderzoek.

De Surge

In januari 2007 kondigde de Amerikaanse regering een nieuwe strategie aan, de "surge" van de Amerikaanse gevechtstroepen in Bagdad en Al-Anbar provincie. De meeste Irakezen melden dat deze escalatie van geweld de levensomstandigheden nog erger hebben gemaakt dan voorheen, omdat de gevolgen ervan werden toegevoegd aan de geaccumuleerde verwoesting van 4 jaar oorlog en bezetting. Het VN-Mensenrechtencomité rapport voor het 1e kwartaal van 2007 gaf een beschrijving van de erbarmelijke omstandigheden van het Irakese volk. Het geweld van de "surge" resulteerde namelijk in een verdere 22% vermindering van het aantal artsen, waardoor er slechts 15.500 van het oorspronkelijk aantal van 34.000 overbleven in september 2008. Er was eveneens een sterke stijging van het aantal vluchtelingen en intern ontheemden in de periode 2007-2008.

Omdat de troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken onder Amerikaans bevel verantwoordelijk waren voor een groot deel van de buitengerechtelijke executies, hadden de bezettende autoriteiten de macht om de omvang van deze gruweldaden min of meer op commando te verminderen of te verhogen. Dus een vermindering van de moorden met de lancering van het "veiligheidsplan" was niet moeilijk te bekomen. In feite lijkt een kleine vermindering van het geweld te hebben gediend als een belangrijk propagandamiddel voor een korte periode tot de doodseskaders weer aan het werk gingen, ondersteund door het nieuwe Amerikaanse offensief.

De escalatie van de Amerikaanse vuurkracht in 2007, met inbegrip van een vijf-voudige toename van luchtaanvallen en het gebruik van Spectre Gunships en artillerie als aanvulling op de "surge" betekende een verwoestende climax na 4 jaren van oorlog en collectieve bestraffing, toegebracht aan het Irakese volk. Alle door de weerstand gecontroleerde gebieden zouden worden geviseerd met een overweldigende vuurkracht, voornamelijk uit de lucht, totdat de Amerikaanse grondtroepen konden muren bouwen rond wat er nog van elke wijk overbleef en zo elk district zouden isoleren. Het is vermeldenswaard dat generaal Petraeus de vijandelijkheden in Ramadi vergeleek met de Slag om Stalingrad zonder scrupules dat hij in deze analogie de rol van de Duitse bezetters aannam. Ramadi werd volledig vernietigd zoals Fallujah in november 2004.

Het VN-Mensenrechtencomité vermeldde in haar verslagen van 2007 de willekeurige en onwettige aanvallen op burgers en civiele woongebieden en vroeg om een onderzoek. Luchtaanvallen duurden onverminderd voort op bijna dagelijkse basis tot augustus 2008, zelfs toen het zogenaamde "sektarisch geweld" en het aantal Amerikaanse slachtoffers verminderde. In alle gemelde incidenten waar burgers, vrouwen en kinderen werden gedood, verklaarde het Centcom persbureau dat de gedode mensen "terroristen" waren, "Al Qaeda-militanten" of "onvrijwillige menselijke schilden". Natuurlijk, wanneer militairen illegaal civiele woongebieden aanvallen, zullen veel mensen proberen om zich te verdedigen, vooral als ze weten dat wanneer ze dat niet doen, willekeurige detentie, mishandeling, marteling of standrechtelijke executie het resultaat zal zijn voor henzelf of voor hun familieleden .

Krachten die betrokken zijn bij "Special Operations":

Een ander aspect van de "surge" of escalatie lijkt een toename te zijn geweest in het gebruik van de Amerikaanse Special Forces moord teams. In april 2008 verklaarde President Bush: "Op dit moment lanceren de Amerikaanse Special Forces iedere nacht meerdere operaties om Al-Qaida leiders in Irak te arresteren of te doden". De NYT meldde op 13 mei 2009: "Toen generaal Stanley McChrystal de leiding overnam van het Gemengd Special Operations Command in 2003, erfde hij een insulaire, schimmige Commandowerking met een reputatie van wazige partnerschappen met andere legerorganisaties en inlichtingendiensten. Maar in de loop van de komende vijf jaar werkte hij hard, zeggen zijn collega's, om relaties op te bouwen met de CIA en de F.B.I. (...) In Irak, waar hij de voorbije vijf jaar geheime commando-operaties overzag, zeggen voormalige ambtenaren van de inlichtingendienst dat hij een encyclopedische, zelfs obsessieve, kennis had over het leven van terroristen, en dat hij zijn gelederen agressief aanspoorde om zoveel mogelijk van hen te doden. (...) Het meeste van wat generaal McChrystal heeft gedaan gedurende zijn 33-jarige carrière blijft geheim, met inbegrip van zijn dienst tussen 2003 en 2008 als commandant van het Gemengd Special Operations Command, een elite-eenheid zo clandestien dat het Pentagon jarenlang geweigerd heeft om het bestaan ervan te erkennen." De geheimzinnigheid rond deze operaties verhinderde een degelijke rapportage, maar zoals bij eerdere Amerikaanse geheime operaties in Vietnam en Latijns-Amerika, zullen we daar metdertijd meer over te weten komen.

- Een artikel in de Sunday Telegraph in februari 2007 wees in de richting van een duidelijk bewijs dat Britse Special Forces terroristen aanwerven en opleiden als dubbel-agenten in de Groene Zone om etnische spanningen te verhogen. Een elite SAS vleugel, de zogenaamde "Task Force Black", met bloedig verleden in Noord-Ierland werkt met immuniteit en gebruikt geavanceerde explosieven. Sommige aanvallen worden toegeschreven aan Iraniërs, soennitische opstandelingen of schimmige terroristische cellen, zoals Al Qaeda.

- De SWAT-teams (speciale wapens en tactieken), veelvuldig gebruikt in counter-insurgency operaties. De missie van SWAT is het uitvoeren van high-risk operaties die buiten de mogelijkheden van de reguliere legereenheden vallen, te reageren op terrorisme en opstandige activiteiten te ontmoedigen. Er werd gemeld dat "Het Foreign Internal Defense Partnership met soldaten van de Coalitie vestigt een professionele relatie tussen de Iraakse veiligheids- en coalitietroepen. De opleiding creëert geschikte strijdkrachten. Soldaten van de coalitie werken zij aan zij met de SWAT teams, zowel in de opleiding en op de missies.' Op 7 oktober 2010 meldde de officiële website van de Amerikaanse troepen in Irak: "Het Basrah SWAT team heeft getraind met verschillende Special Forces eenheden, waaronder de Navy SEALs en de Britse SAS. De 1e Bn., 68e Arm. Regt., die momenteel onder de operationele controle staan van de Verenigde Staten Division-Zuid. De 1st Infantry Division heeft de taak voor de opleiding van het SWAT team op zich genomen. "

- De Facilities Protection Services, waarin de "private contractors" of huurlingen, zoals Blackwater, zijn opgenomen, worden eveneens ingezet in de counter-insurgency operaties.

- De Iraq Special Operations Forces (ISOF), waarschijnlijk de grootste Special Forces entiteit ooit gebouwd door de Verenigde Staten, vrij van vele van de controles die de meeste regeringen uitoefenen om dergelijke dodelijke krachten in toom te houden. Het project startte in Jordanië net nadat de Amerikanen Bagdad veroverd hadden in april 2003. Het is een dodelijke, elite, infiltratie-eenheid, volledig uitgerust met Amerikaans materieel, die jarenlang actief zou zijn onder Amerikaans bevel en geen verantwoording verschuldigd is aan de Iraakse ministeries en buiten de normale politieke controle opereren. Volgens gegevens van het Amerikaans Congres, is de ISOF ingedeeld in negen bataljons, die zich uitstrekken tot vier regionale "commando bases" verspreid over heel Irak. In december 2009 waren ze volledig operationeel, elk met een eigen "intelligentie infusie cel", die onafhankelijk zal opereren van andere Iraakse inlichtingendiensten. De ISOF is minstens 4.564 eenheden sterk, waardoor het ongeveer de grootte heeft van de eigen Special Forces van het Amerikaanse leger in Irak. Uit de Congres gegevens blijkt dat er plannen zijn om de ISOF te verdubbelen in de komende jaren.

Conclusie: de "vuile oorlog" in Irak duurt onverminderd voort. Zelfs toen president Barack Obama het einde van de gevechten in Irak aankondige, opereerden Amerikaanse troepen nog samen met hun Iraakse collega's.

Volgens een VN-Mensenrechtenraad rapport, op een verzoek om opheldering van UNAMI, bevestigde de MNF dat "de Amerikaanse regering het conflict in Irak blijft beschouwen als een “internationaal gewapend conflict”, waarvoor momenteel de geldende procedures in overeenstemming zijn met de 4e Conventie van Genève" en niet dat de burgerlijke rechten van de Irakezen worden beheerst door het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en andere mensenrechten. In dat geval zou dat de rechten van de Irakezen, vastgehouden door Amerikaanse of Iraakse troepen, op snelle en eerlijke processen hebben verbeterd. De erkenning dat de VS nog steeds legaal verwikkeld is in een "internationaal gewapend conflict" tegen Irak aan het eind van 2007 doet ook ernstige vragen rijzen omtrent de wettigheid van de constitutionele en politieke veranderingen die in Irak door de bezetters en hun geïnstalleerde regering werden doorgevoerd tijdens de oorlog en bezetting.

Gelegitimeerde martelingen

Toen de publieke openbaringen van misbruik en foltering in de Abu Ghraib-gevangenis een kort furore veroorzaakte in de wereld, documenteerden het ICRC, Human Rights First, AI, HRW en andere mensenrechtengroeperingen veel meer wijdverspreide en systematische misdaden gepleegd door Amerikaanse troepen tegen mensen die ze wederrechtelijk
aangehouden hadden in Irak. In tal van verslagen over de mensenrechten stelden ze vast dat de verantwoordelijkheid voor deze misdaden zich uitstrekte tot de hoogste niveaus van de Amerikaanse regering en de strijdkrachten.

De vormen van marteling, gedocumenteerd in deze rapporten, vermeldden doodsbedreigingen, schijnexecuties, water-boarding, stress posities, met inbegrip van ondraaglijk en soms dodelijke vormen van opknoping, hypothermie, slaaptekort, honger en dorst, onthouding van medische behandeling, elektrische schokken, diverse vormen van
verkrachting en sodomie, eindeloze afranselingen, branden, snijden met messen, het gebruik van schadelijke “flexicuffs” handboeien, verstikking, zintuiglijke aanranding en / of ontbering en meer psychologische vormen van marteling, zoals seksuele vernedering en de detentie en marteling van de gezinsleden. Het ICRC stelde vast dat de schendingen van het internationaal humanitair recht dat zij waargenomen hadden systematisch en wijdverbreid waren. Militaire officieren vertelden het ICRC, dat "tussen 70% en 90% van de gedetineerden in Irak gearresteerd waren bij vergissing".

Al deze feiten zijn bekend, maar slechts de lagere rangen in het leger werden mild gestraft. Uit het "Command’s Responsibility" rapport bleek dat het uitblijven van bestraffing van hogere officieren het directe gevolg was van de "belangrijke rol" die sommige zelfde officieren hebben gespeeld "in het ondermijnen van kansen voor volledige verantwoording". Door het uitstellen en het ondermijnen van de onderzoeken van de sterfgevallen in hechtenis, verergerden hoge officieren hun eigen strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor een gemeenschappelijk patroon van marteling, moord en tegenwerking van het gerecht. Hoge officieren misbruikten de enorme macht die zij uitoefenen in de militaire bevelstructuur om zich buiten het bereik van het recht te stellen, zelfs als ze orders gaven om verschrikkelijke misdaden te plegen. Het was precies voor dit soort van crimineel gedrag dat de Conventies van Genève in de eerste plaats werden opgesteld en ondertekend, en dat is de reden waarom ze vandaag net zo belangrijk zijn.

Toch is de verantwoordelijkheid voor deze misdaden niet beperkt tot het Amerikaanse leger. Het openbaar register bevat ook documenten waarin hooggeplaatste civiele functionarissen van de Amerikaanse overheid schendingen goedkeurden van de Conventies van Genève, de Conventie van 1994 tegen foltering en de 1996 US War Crimes Act. De Amerikaanse overheid moet dus verantwoordelijk worden gesteld voor deze vreselijke tragedie, toegebracht aan miljoenen Iraakse burgers en de Amerikaanse overheid moet gedwongen worden om passende vergoedingen te betalen aan de slachtoffers van haar crimineel beleid in Irak.

AANBEVELINGEN

We hebben vernomen dat op dinsdag 26 oktober de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten Navi Pillay Irak en de Verenigde Staten opgeroepen heeft om beschuldigingen van marteling en onwettige moorden in het conflict in Irak te onderzoeken, misdaden geopenbaard in de Wikileaks documenten. Wij zijn zeer verrast door deze verklaring. Vindt de Hoge Commissaris dat het gepast is voor criminelen om hun eigen misdaden te onderzoeken? Wijdan Mikhail, de Iraakse minister van Mensenrechten in Irak heeft opgeroepen tot het arresteren van Julian Assange in plaats van een onderzoek te vorderen naar de misdaden. En omdat de Obama-administratie geen interesse heeft getoond om een onderzoek in te stellen naar de misdaden begaan door Amerikaanse functionarissen in Irak, is een internationaal onderzoek onder auspiciën van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten essentieel om de waarheid bloot te leggen. Verschillende speciale rapporteurs moeten bij dit onderzoek worden betrokken: de speciale rapporteur voor buitengerechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies, de Speciale Rapporteur inzake de bevordering en bescherming van de mensenrechten bij de bestrijding van terrorisme en de Speciale Rapporteur inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Een speciale rapporteur voor de situatie van de mensenrechten in Irak moet dringend worden aangesteld.

Hoewel de VN geen toestemming heeft gegeven voor de invasie van Irak, heeft de VN-Veiligheidsraad de bezetting a posteriori “gelegaliseerd” bij resolutie 1483 (22 mei 2003), tegen de wil van de overgrote meerderheid van de internationale gemeenschap, die niet akkoord gaat met de wettigheid of de legitimiteit van die VN-resolutie. En het was tijdens de bezetting dat de oorlogsmisdaden, aan het licht gebracht door Wikileaks, hebben plaatsgevonden. Evenals de VS, heeft de VN dan ook de morele en wettelijke plicht om te reageren.

De internationale gemeenschap heeft het recht om de volledige en onbevooroordeelde waarheid te kennen van de omvang en de verantwoordelijkheden van de Amerikaanse betrokkenheid in Irak’s Killing Fields en ze eist gerechtigheid voor het Iraakse volk.

We doen een beroep op alle staten om tijdens de UPR op 5 november de VS te bevragen over al deze misdaden tegen de Irakese bevolking.

Wij eisen ook dat er procedures worden ingesteld om het Irakese volk en Irak als natie te compenseren voor alle verliezen, menselijke en materiële vernietiging en schade veroorzaakt door de illegale oorlog en de bezetting van het land onder leiding van de VS / UK strijdkrachten.

Dirk Adriaensens, lid van het B
Russells Tribunal Executive Committee

Opmerking: Deze presentatie bevat informatie beschikbaar in het publieke domein, diverse officiële rapporten, artikels in de pers, BRussells Tribunal getuigenissen, Max Fuller's artikelen over de counter-insurgency oorlog (http://www.brussellstribunal.org/FullerKillings.htm) en twee boeken:

Cultural Cleansing in Iraq, waarvan Dirk Adriaensens co-auteur is (Pluto Press, London, ISBN-10: 0745328121, ISBN-13: 978-0745328126) en

Blood On Our Hands, de Amerikaanse invasie en vernietiging van Irak, geschreven door Nicolas JS Davies. (Nimble Books LLC, ISBN-10: 193484098X, ISBN-13: 978-1934840986).


 

Achtergrond:

Negende Zitting van de Universal Periodic Review

De extra-territoriale toepassing van de mensenrechten

Beoordeling van de mensenrechten van de Verenigde Staten van Amerika

Verenigde Naties-Geneve 03 november 2010 11.00u-17.00u

De  toepassing van de mensenrechten door de Verenigde Staten werd beoordeeld door de Raad voor de mensenrechten tijdens de negende zitting van de Universal Periodic Review (UPR) die werd gehouden in Genève 1-12 november 2010. De Verenigde Staten werden beoordeeld op de ochtend van vrijdag 5 november.

De UPR is opgericht om de Staten te beoordelen naar hun toepassing van de verplichtingen en verbintenissen krachtens het internationale recht inzake mensenrechten, rekening houdende met het VN-Handvest, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Internationaal Humanitair Recht en na te gaan of de landen de mensenrechten hebben gerespecteerd, ondersteund, gepromoveerd en  beschermd.

Het is aan NGO's niet toegestaan om te spreken tijdens de officiële sessie, maar ze kunnen invloed uitoefenen door relevante informatie onder de aandacht van de Staten te brengen. Het is om deze reden dat een coalitie van ngo's een side event hebben georganiseerd op woensdag 3 november 2010 op de site van de Raad voor de Mensenrechten in Genève, Zwitserland. Tijdens dit evenement hebben prominente mensenrechtenactivisten gesproken, bekend met de situatie van de mensenrechten in de Verenigde Staten, en ze hebben de NGO's en andere waarnemers de mogelijkheid gegeven om relevante informatie met betrekking tot de beoordeling van de mensenrechten van de Verenigde Staten aan te brengen. De nadruk lag op de extra-territoriale schendingen van de mensenrechten, met name in Irak, Afghanistan en elders.

Sprekers:

·         Mr. Ramsey Clark             66th United States Attorney General

·         Mr. Dirk Adriaensens BRussells Tribunal Executive Committee

·         Prof. Alfred De Zayas         US Attorney and Professor at the Geneva School of Diplomacy and International Relations

·         Prof. Curtis Doebbler          American international human rights lawyer and representative of the NGO Nord-Sud XXI

·         Mr. Sabah Al-Mukhtar        President of the Arab Lawyers Network in the United Kingdom

·         Dr. Aziz Al- Qazaz             Iraqi human rights defender

·         Mr. Jose del-Prado             Member of the UN Human Rights Council’s Working Group on Mercenaries 

                                                                                                                                                                                                                                                      

Internationaal Seminarie over de situatie van
IRAKESE ACADEMICI
Het onderwijs verdedigen in tijden van oorlog en bezetting
 9 - 10 - 11 maart 2011 Universiteit Gent
MENARG                                                                                              
Het doel van het seminarie is internationale aandacht te vragen voor de aanhoudende misdaden tegen de Irakese academici, dit geweld te situeren binnen de bredere context van de voortdurende bezetting van Irak en te werken aan praktische oplossingen. (meer weten over dit seminarie: klik hier)
Een organisatie van de Universiteit Gent,  Onderzoeksgroep van het Midden Oosten en Noord Afrika, MENARG & Het BRussells Tribunal in samenwerking met IACIS, International Association of Contemporary Iraqi Studies, Vrede, 11.11.11 & IAON, International Anti-occupation Network en met de steun van ICMES, International Council for Middle East Studies en EURAMES, European  Association for Middle East Studies.

Irakese intellectuelen en technici zijn onder de VS-bezetting stelselmatig het doelwit geweest van een voortdurende campagne van intimidatie, ontvoeringen, afpersingen, willekeurige executies en gerichte moordaanslagen. Tegelijkertijd met vernietiging van de Irakese onderwijsinfrastructuur, heeft deze repressie geleid tot een massale gedwongen exodus van de Irakese intellectuele middenklasse. Dit alles heeft ernstige gevolgen voor de Irakese sociale, economische en politieke wederopbouw.

Naar aanleiding van acht jaar VS bezetting, en met weinig tekenen die erop wijzen dat hier snel een einde aan komt, doen het BRussells Tribunal en de Middle East and North Africa Research Group (MENARG) van de Universiteit Gent een oproep tot een hernieuwde aandacht voor de situatie van het Irakese hoger onderwijs en het academische leven en willen zij het belang ervan benadrukken voor de wederopbouw van het land en het welzijn van zijn bevolking.

Dit is extreem dringend wegens de verwoestende gevolgen van de bezetting voor essentiële sectoren zoals hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Bijgevolg is het een dringende noodzaak voor dit seminarie om niet enkel de redenen voor de vernietiging van het Irakese onderwijssysteem naar voren te brengen, maar ook om voorstellen te doen om dit systeem te herstellen. Het seminarie belicht zowel de plicht van de internationale organisaties om te reageren als op de verantwoordelijkheid van academici over heel de wereld om solidariteit te betonen met hun Irakese collega’s.

Alleen de Irakezen zelf kunnen de heropbouw van hun land realiseren. Het is hun competentie, hun integriteit en onafhankelijkheid die zullen borg staan voor de souvereiniteit van Irak en die een vreedzame en wervarende toekomst kunnen verzekeren. De Irakese intellectuelen zijn van vitaal belang voor de toekomst van Irak.

                              ICMES    ceosi
 

DAHR JAMAIL, Onafhankelijk Journalist/Auteur:  Met dit seminarie legt het  BRussells Tribunal de basis waarop kan verder gebouwd worden voor het aanklagen van oorlogsmisdaden, gepleegd door de regering van de Verenigde Staten.

                        
Wie profiteert van de Irakese braindrain?

Irak heeft nooit in haar geschiedenis een zo belangrijke  braindrain gekend als sinds de Amerikaanse invasie in 2003. Deze brandrain werd in de eerste plaats versneld door doelgerichte moorden en ontvoeringen die specifiek gericht waren op artsen en op academici in alle wetenschappelijke disciplines. De statistieken geven een cijfer van ongeveer drieduizend (3.000) academici,  waarvan de meesten waren afgesturdeerd aan westerse universiteiten en in zeldzame disciplines. Aan de andere kant werden bijna driehonderd (300) academici geliquideerd door de bezettingsmacht en door  gewapende milities.

Dit heeft geleid tot de sluiting van vele wetenschappelijke afdelingen en graduaatopleidingen in Irakese universiteiten. Dit was een onderdeel van een geplande strategie die tijdens de bezetting werd uitgevoerd met als doel de Irakezen te onderwerpen, maar ook Irak te vernietigen en de heropbouw te verhinderen.

Een gevolg is vandaag het ontbreken van duidelijke wetenschappelijke normen bij de aanwerving van lesgevers door  religieuze partijen die het land regeren en hun eigen kandidaten naar voren schuiven.  Aanwervingen gebaseerd op wetenschappelijke prestaties en diploma’s, op bekwaamheid, op leeftijd, enzoverder, zijn totaal verdwenen.

De vervalsing van academische en andere wetenschappelijke graden is gemeengoed geworden. Over heel de wereld ontstaan er universiteiten die opleiding geven via correspondentie.  Universitaire titels worden verleend als men zijn inschrijvingsgeld betaalt.  Deze universiteiten zijn in ieder geval weinig veeleisensd op het vlak van inschrijvingsvoorwaarden, van het  opleidingsniveau van hun studenten of van de degelijkheid van hun wetenschappelijke prestaties.  Een flink aantal studenten van deze universiteiten zijn Irakese politici, parlementsleden en leden van partijen die in Irak aan de macht zijn.  Ze zijn ervan overtuigd dat hun inschrijving in deze universiteiten hen het recht verleent  leidinggevende, publieke ambten te bekleden.

Onder de bezetting zijn zij die vroeger aan Irakese universiteiten waren afgestudeerd gevlucht.  Zij worden  nu vervangen door incompetente mensen, die banden hebben met met religieuze partijen.  Dit is de belangrijkste reden voor de ernstige problemen waarmee het hoger onderwijs in Irak nu te kampen heeft.  Deze problematiek heeft zowel wetenschappelijke, economische, sociale als politieke dimensies.

 

BASIM AL JANABI

 Dr. Basim Al-Janabi is professor Political science at Baghdad University. He gained his doctorate after the occupation and nearly missed his defence of thesis due to being in detention. He left Iraq in 2006 and lives in Amman, keeping close contacts with his colleagues. He is working on a proposal for teacher training with colleague at college of education at Baghdad University.

Op  wetenschappelijke vlak werd het land beroofd van zijn competente mensen, hetgeen gewoon een ramp is voor de toekomst van Irak, want elke vooruitgang wordt verhinderd en eigenlijk wordt Irak veroordeeld tot onderontwikkeling.  Economisch is het verlies niet te berekenen, want het belang van investeringen in opleiding kan niet onderschat worden. Bovendien had deze academisch geschoolde elite een belangrijke politieke rol kunnen spelen.  Ten slotte hebben de Irakese universiteiten hun sociale functie verloren, namelijk een smeltkroes te zijn waar  mensen uit verschillende bevolkingslagen en met verschillende religieuze overuigingen elkaar ontmoetten.  In plaats daarvan zijn ze uitgegeroeid tot gepriviligeerde plaatsen voor  confessionalisme en sektarisme.

Officieel spreekt de regering geregeld over de noodzaak dat competente mensen moeten terugkeren naar hun land, zodat Irak zou kunnen profiteren van hun kennis en ervaring.  Het gaat hier echter enkel om mediagenieke uitspraken, zonder concretisering op het terrein, waar er niets wordt gedaan om hun terugkeer mogelijk te maken.  Diegenen die ervoor kozen om vrijwillig terug te keren naar hun land werden geconfronteerd  met bureaucratie, vriendjespolitiek, onverdraagzaamheid en met de religieuze macht van de clans. Zij slaagden er niet in een job te bemachtigen in overeenstemming met hun kennis en kunde en zij waren  vaak gedwongen naar het buitenland terug te keren. - Docteur Bassem Al-Janabi


Geachte heer Blair,

 

U kent me niet. U heeft dan ook geen rekening gehouden met mijn mening. Waarom zou u? U heeft niet eens rekening gehouden met de vele VN-functionarissen in Irak toen u uw Irakbeleid voorbereidde. En u heeft niets geleerd uit het beleid dat u voerde. Uw memoires bevestigen deze vrees. Hierin herhaalt u alle argumenten die we eerder hebben gehoord. U herhaalt nog maar eens waarom de sancties waren zoals ze waren, waarom de angst voor Sadam Hoessein belangrijker was dan de angst om de lijn te overschrijden tussen de zorg voor mensen en machtspolitiek, waarom Irak eindigde als een menselijke vuilnisbak, waarom u ervoor koos u aan te sluiten bij de  “Iraq Liberation Act” van Bill Clinton in 1998 en bij de vastbeslotenheid van W.Bush om deze ook uit te voeren.

U stelt uzelf voor als de man die probeerde 'de Weg van de Verenigde Naties' te bewandelen.  Ik twijfel daaraan. Is het echt verkeerd om te zeggen dat, als dit uw voornemen was, het enkel uit tactische overwegingen was en niet omdat u de VN wilde verdedigen, wiens rol het is om te beslissen of een militaire acties gerechtvaardigd is.  De lijst van degenen die het niet eens zijn met u en uw regering,  die gedurende 13 jaar een beleid hebben gevoerd van sancties en een invasie en bezetting van Irak,  is lang, erg lang. Tot deze lijst behoren  Unicef en andere VN-agentschappen, Care, Caritas, Internationale Artsen voor de Preventie van een kernoorlog, de toenmalige VN-secretaris-generaal Kofi Annan en Nelson Mandela.  Vergeet ook niet de honderdduizenden mensen die uit protest marcheerden in Groot-Brittannië en over de hele wereld, onder hen “Cambridge tegen de sancties tegen Irak (CASI)” en de “Stop the War Coalition” in het Verenigd Koninkrijk.

U suggereert  dat u en uw supporters -de "mensen van goede wil", zoals u hen noemt-  de waarheid vertellen. Uw kleinerende opmerkingen over Clare Short, een vrouw met moed, die in 2003 ontslag nam als secretaris internationale ontwikkeling, maken duidelijk dat u haar op een andere lijst hebt geplaatst.  U doet een beroep op degenen die niet willen pauzeren en reflecteren.  Ik vraag u om het wel te doen.  Degenen onder ons die in Irak leefden, hebben het verdriet en de ellende die uw beleid veroorzaakte, meegemaakt. VN-functionarissen op het terrein werden niet opgeslorpt door een dictatoriaal regime. We waren “opgeslorpt” door de uitdaging om het menselijk leed tegen te gaan, dat was gecreëerd door de totaal foute politiek van twee regeringen -de uwe en die van de Verenigde Staten- en door de lafheid van hen  die in het Midden-Oosten, Europa en elders, het verschil hadden kunnen maken, maar  die een andere beslissing namen.  De feiten geven u ongelijk.

Hier zijn een aantal van deze feiten. Had Hans Blix, het toenmalige VN-hoofd van de wapeninspecteurs, de extra drie maanden gekregen die hij had gevraagd, dan hadden uw plannen kunnen verhinderd worden.  U en George W. Bush vreesden hiervoor.  Als u het internationaal recht had gerespecteerd,  zou u niet, na Operatie Desert Fox in december 1998, hebben toegestaan uw aanvallen uit te voeren vanuit twee no-fly zones.  Zogezegd werden deze aanvallen uitgevoerd om Irakese Koerden te beschermen in het noorden en  Irakese sjiieten in het zuiden, maar deze luchtaanvallen hebben burgers gedood en niet-militaire installaties vernietigd.

HANS VON SPONECK

Count Hans-Christof von Sponeck, a former UN assistant secretary general, joined the UN Development Program in 1968 and worked in Ghana, Turkey, Botswana, Pakistan and India, before becoming Director of European Affairs in Geneva. He was appointed the UN humanitarian coordinator for Iraq in October 1998. Count Sponeck resigned from this position in February 2000 in protest of international policy towards Iraq. He teaches at the University of Marburg and serves in a range of NGO boards in Canada, Switzerland, Sweden, Germany and Italy. Author of the book A Different Kind of War: The UN Sanctions Regime in Iraq, Berghahn Books, Providence, 2006.

Ik weet dat de verslagen die we in Bagdad schreven om de schade te laten zien die werd aangericht door deze luchtaanvallen, veel woede veroorzaakten in Whitehall. Een gesprek dat ik had, in de marge van de Labour-partij-conferentie in 2004, met uw voormalige minister van Buitenlandse Zaken Robin Cook bevestigde dat. Zelfs in uw kabinet was er sprake van ernstige twijfels over uw  aanpak. VN-resolutie 688 werd in 1991 goedgekeurd om aan de VN-secretaris-generaal -en aan  niemand anders -  de machtiging te geven om de rechten van de bevoling te beschermen en te helpen bij het voldoen van hun humanitaire behoeften.  Deze resolutie geeft geen toestemming voor de no-fly zones. In feite heeft de Britse regering, door te stemmen voor resolutie 688, de verplichting aanvaard om de Irakeze soevereiniteit en territoriale integriteit te respecteren.

Ik was dagelijks getuige van wat u en twee Amerikaanse overheidsdiensten hadden bedacht voor Irak: een harde en compromisloze sanctieregeling waarmee de verkeerde mensen werden bestraft.  Uw ambtenaren moeten u  hebben verteld dat uw beleid erop neer kwam dat een Irakees nog beschikte over 51 dollarcent per dag om in zijn levensonderhoud te voorzien.  U geeft doe dat 60 procent van de Irakezen volledig afhankelijk waren van die goederen die in hun land werden geblokkeerd en vernietigd op grond van de sancties, maar in uw boek verwijst u nergens naar het feit dat de Britse en Amerikaanse regeringen  enorme hoeveelheden leveringen geblokkeerd en vertraagd hebben, die nodig waren om te overleven. Medio 2002 werden leveringen van  meer dan  5 miljard dollars geblokkeerd zodat ze het land niet binnen konden.  Geen enkel ander land in het  Irak-Sanctiecomite van de VN-Veiligheidsraad steunde u hierin. De VN-verslagen staan vol van dergelijke bewijzen.  Ik zag het onderwijssysteem, ooit een trots van Irak, volledig instorten. De situatie in de gezondsheidssector was even hopeloos.  In 1999 was er voor heel het land slechts één volledig functionerende X-ray machine. Ziekten die al waren vergeten in het land, doken weer op.

U weigert te erkennen dat u en uw beleid iets te maken hadden met deze humanitaire crisis. U beweert zelfs dat het sterftecijfer van kinderen jonger dan vijf jaar in Irak -op dat ogenblik bij de hoogste in de wereld- geheel te wijten was aan de Irakese regering.  Ik smeek u om de Unicef-rapporten over dit onderwerp te lezen en wat Carol Bellamy, de Amerikaanse uitvoerende Unicef-directeur in die tijd hierover zei in de  Veiligheidsraad. Geen van de VN-functionarissen die in deze crisis moesten werken zullen uw visie onderschrijven dat Irak “vrij was aan zoveel voedsel en machines te komen als het wilde” indien hun regering dat wilde toestaan.  Ik zou willen dat dit het geval was geweest. Tijdens het Chilcot- onderzoek in juli van dit jaar verklaarde een gerespecteerd diplomaat die het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigde in de sanctiecommissie van de Veiligheidsraad, ten tijde van mijn verblijf in Bagdad:  "Britse ambtenaren en ministers waren zich terdege bewust van de negatieve effecten van de sancties, maar gaven er de voorkeur aan de schuld te geven aan het  het regime van Saddam, dat er niet zou in slagen het olie-voor-voedsel-programma uit te voeren. "

Niemand die oprecht is zal Sadam Hussein verdedigen voor zijn realisaties op het vlak van mensenrechten.  Uw kritische woorden in dit opzicht zijn gerechtvaardigd.  Maar u geeft enkel dit deel van dit gruwelijke verhaal.  U citeert vernietigend uitspraken over Saddam Hoessein gemaakt door Max van der Stoel, de voormalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, die de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Irak was toen ik in Bagdad werkte. Gemakshalve negeert u drie pertinente feiten:  Van der Stoel was niet meer  in Irak geweest  sinds 1991 en was aangewezen op informatie uit tweede hand en zijn VN-mandaat was  beperkt tot de beoordeling van het naleven van de mensenrechten door de Irakese regering. De beoordeling van overtredingen van mensenrechten te wijten aan andere redenen zoals economische sancties, behoorden niet tot zijn opdracht. Zijn opvolger, Andreas Mavrommatis, voorheen minister van Buitenlandse Zaken in Cyprus,  herkende snel het hiaat in het VN-mandaat en verbreedde de reikwijdte van zijn onderzoek en nam de sancties als een belangrijke kwestie van mensenrechten mee op. Dit was een zeer belangrijke correctie.

De minister van Buitenlandse Zaken van Brazilië, Celso Amorim, die in de jaren van de sancties tegen Irak voor zijn land permanent vertegenwoordiger was  bij de VN, wordt niet genoemd in uw boek. Is dat omdat hij één van de diplomaten was die over de muur van desinformatie klom en de  waarheid zocht  over de betreurenswaardige menselijke omstandigheden in Irak in de late jaren 1990? Amorim maakte  gebruik van zijn voorzitterschap van de VN-Veiligheidsraad om aan te dringen op een herziening van de humanitaire situatie. Zijn conclusie was eenduidig. "Zelfs indien niet al het lijden in Irak kan worden toegeschreven aan externe factoren, met name de sancties, moet  het Irakese volk zulke ontberingen niet ondergaan veroorzaakt door de langdurige maatregelen opgelegd door de Veiligheidsraad en de gevolgen van de oorlog."

Maleisiës ambassadeur bij de VN, Hasmy Agam, merkte schril op: "Hoe ironisch is het dat hetzelfde beleid dat wordt verondersteld om Irak te ontwapenen van zijn massavernietigingswapens, zelf een massavernietigingswapen is."  Ook de secretaris-generaal maakte erg kritische opmerkingen over de humanitaire situatie in Irak.  Als ik mijn eigen bezorgdheid kenbaar maakte in een krantenartikel,  herhaalde uw dienaar Peter Hain wat de wereld gewoon was te horen vanuit Londen en Washington:  het is allemaal de schuld van Saddam. Hain was één van uw trouwe medewerkers. Hij en anderen in uw administratie schreven mij af als  subjectief, afdwalend van mijn mandaat, niet ter zake, of, in de woorden van de toenmalige woordvoerder van het Amerikaanse State Department, James Rubin: "Deze man in Bagdad wordt betaald om te werken , niet om te spreken"

Mijn voorganger in Bagdad, Denis Halliday, en ikzelf werden herhaaldelijk uitgesloten om te getuigen voor de Veiligheidsraad. De VS en de Britse regering noteerden in een gezamenlijke brief aan de secretaris-generaal dat we niet genoeg ervaring hadden met sancties en dus niet veel konden bijdragen aan het debat. U was bang voor de feiten.

We leven in ernstige tijden, waaraan u hebt meegewerkt. De Internationale veiligheidsarchitectuur is ernstig verzwakt, de VN-Veiligheidsraad slaagt er niet in crisissen  op vreedzame wijze op te lossen, en er is een enorme dubbele moraal in het debat over de richting die onze wereld uitgaat. Een voormalige Britse premier, ' een grote speler, een wereldleider en niet enkel een nationale leider ' zoals u uzelf beschrijft in uw boek zou te weinig tijd hebben om zijn “verslag” te promoten in een talkshow in de Verenigde staten.  U besliste er anders over. Ik keek naar deze show, en ... het was een show .  U voelde zich duidelijk ongemakkelijk.  Alles wat u en uw wapenbroeder Bush hadden gepland voor Irak is uit elkaar gevallen, met als enige uitzondering de verwijdering van Saddam Hoessein. U heeft gekozen om  Iran aan te duiden als het nieuwe gevaar.

Of U het leuk vindt of niet, de erfenis van uw reis in Irak, die u met uw zelfgemaakte GPS heeft gemaakt, betekent ook het opofferen van de VN en van onderhandelingen op het altaar van een zelfbedieningsverbond met de de regering Bush.  U geeft toe in uw boek dat "hier en daar een paar fouten zijn gemaakt."  U schrijft: "De inlichtingen waren fout en hiervoor moeten we ons verontschuldigen en hebben we ons verontschuldigd." Een belangrijke pijler van uw zaak voor de invasie van Irak wordt bijna behandeld als een voetnoot.

Uw weigering om de feiten volledig onder te ogen zien is de reden waarom "mensen van goede wil" zo geschokt zijn en verantwoording blijven eisen. - Hans von Sponeck


 

State-Ending

Ondanks alle desinformatie en regelrechte leugens van de regering-Bush, bevatte de beruchte slogan "missie volbracht" een verschrikkelijke waarheid: de door de  Amerikanen geleide invasie van Irak, bedoeld om de Iraakse staat te vernietigen, heeft de de Iraakse staat - en nog veel meer - inderdaad vernietigd.   In de nasleep van de invasie werden musea geplunderd, bibliotheken verbrand, en academici vermoord. Dit alles maakte deel uit van het ondermijnen van de culturele fundamenten van de moderne staat Irak en was een onderdeel van een bewuste politiek van "state-ending". Missie volbracht. Irak werd verwoest ten koste van honderdduizenden verloren levens, de ontheemding van miljoenen burgers en de vernietiging van een van 's werelds grootste culturele centra.

Historici die de  geschiedenis van onze tijd zullen schrijven, zullen heel zekerl de Amerikaanse vernietiging van Irak beschouwen als één van de grote misdaden van de vroege 21e eeuw. Het is daarom verontrustend, dat de verwoestende gevolgen van deze criminele invasie en bezetting nog in hun volledige omvang moeten opgetrekend worden.

Waarom is het zo moeilijk om het reine te komen met de gevolgen van de berekende vernietiging van Irak? Wanneer de mens gevoelloos worden voor de vernietigingen,  is het belangrijk om te begrijpen waarom. Ik suggereer  vier verklaringen:

Ten eerste de Westerse retoriek van een War on Terror, waarbij de plunderingen van een staat worden gerationaliseerd, bevorderen de publieke onwetendheid:  ons beschermen tegen de boosdoeners, maar niet vertellen wat er ginder ver  op vreemde plaatsen gebeurt.

Ten tweede zorgt  de omvang  van de opzettelijk veroorzaakte menselijke ellende, de reikwijdte van de culturele vernietiging, en de verschrikkelijke omvang van het doden, ervoor dat hetgeen  er is gebeurd in Irak en met de Irakezen letterlijk onvoorstelbaar

Ten derde, ondanks ons 21ste eeuw besef van hetgeen door Hannah Arendt schitterend werd geformuleerd  als "de banaliteit van het kwaad", is het bijna onmogelijk om de planning en uitvoering van een dergelijke vernietiging en moord anders te berijpen dan als een grote samenzwering - Iran, sektarische doodseskaders, CIA, Mossad - en niet zozeer als een aangekondigde en openlijk nagestreefde doelstelling van een buitenlands beleid.

Ten vierde heeft de vergiftiging  van de reguliere westerse sociale wetenschappen met hun ontwikkelings-en liberale illusies over de staat ervoor gezorgd dat systematische sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar een internationale misdaad van deze omvang - de berekende vernietiging van een functionerende staat en de degradatie van zijn culturele en menselijke grondvesten - vrijwel onmogelijk is geworden.

Er is iets verblindend aan de vernietiging op zo een verschrikkelijk schaal, iets dat het gewoon te pijnlijk maakt om te debatteren over methoden om het aantal geslachte onschuldigen te berekenen,  als de cijfers ons vrijwel onmiddelllijk brengen tot meer dan 100.000 menselijke zielen. De geest sluit zich af, zo lijkt het toch. Dat kan een van Gods weldaden zijn, maar het is er een  waartegen we ons moeten verzetten. - Raymond Baker

Raymond William Baker

Professor of International Politics at Trinity College USA and American University Cairo, past president of the International Association of Middle Eastern Studies, governing board member of the World Congress of Middle East Studies. Founding member of International Association of Contemporary Iraqi Studies USA / Egypt

SPONSOR HET SEMINARIE

Uw bijdrage aan de algemene kosten van het seminarie wordt ook erg gewaardeerd.  Een bijdrage van €50 maakt het verschil!

Om €50 voor organisatiekosten over te schrijven klik : hier - met de vermelding: "sponsor het seminarie”.

Ook hier kan u de bijdrage van €50 overschrijven naar de rekening van het BRussells Tribunal: 132-5251479-37 (IBAN: BE35 1325 2514 7937 - BIC: BNAGBEBB) - met de vermelding: "sponsor het seminarie”.

SPONSOR EEN IRAKEES ACADEMICUS

We

We hebben Irakese academici uitgenodigd uit Irak en uit de diaspora om deel de nemen aan dit seminarie.  We hebben middelen nodig om hun reisosten en hun verblijfkosten te kunnen dekken.  U kan hun deelname ondersteunen vie een overschrijving van €250 aan het BRussells Tribunal.  Ons rekeningnummer is: 132-5251479-37 (IBAN: BE35 1325 2514 7937 - BIC: BNAGBEBB) - met de vermelding: "sponsor een Irakees academicus”.

U kan ook €250 overschrijven via paypal: hier klikken- met de vermelding: "sponsor een Irakees academicus”.

 

WIL UW ORGANISATIE DIT SEMINARIE ONDERSTEUNEN?

Stuur ons een email:

Wij, naam van uw organisatie, ondersteunen het seminarie.

Korte omschrijving van uw organisatie: maximum 5 woorden

HHHet website-adres (URL) van uw organisatie

Bijvoegen: logo van uw organisatie (liefst JPG of TIF)

HET WETENSCHAPPELIJK COMITE VAN HET SEMINARIE GENT
RUDDY DOOM, Professor Ghent University
PATRICK DEBOOSERE, Professor Brussels University
SAAD JAWAD, Professor and pas president of Iraq's professors association
FRANCOIS HOUTART, former senior advisor to the President of the United Nations General Assembly
SOUAD AL-AZZAWI, former Professor at Baghdad University
TAREQ ISMAEL, Professor at Calgari University
DENIS HALLIDAY, former humanitarian coordinator in Iraq
ZUHAIR AL SHAROOK, former President of Mosul University
IMAD KHADDURI, former member of the Iraqi Atomic Energy Commission
OMAR K.H.AL-KUBAISSI, Head of Postgraduate Department at Ibn Al Bitar Hospital Baghdad
J
EAN BRICMONT, Professor at the Université catholique de Louvain
CYNTHIA MCKINNEY, former member of the US House of Representatives
MOHAMMED AREF, former advisor to Arab Science & Technology Foundation
HANS-CHRISTOF VON SPONECK,  former humanitarian coordinator in Iraq

                                                                                                                                                                       

TER ONDERSTEUNING VAN HET SEMINARIE IN GENT

De Spaanse campagne tegen de bezetting en voor de soevereiniteit van Irak (CEOSI) staat volledig achter het  Seminarie in Gent omwille van volgende redenen:

- Het BRussells Tribunal neemt dit moedige initiatief op een ogenblik waarop de mainstream media en de politici de wereld proberen ervan te overtuigen dat de levensomstandigheden in Irak verbeterd zijn. Niets is minder waar.  Niet alleen blijven  milities Irakese academici doden maar ook het onderwijssysteem is ingestort en behoren  universiteiten tot een sector waar sektarisme hoogtij viert, dankzij de bezetters en hun bondgenoten.

- Dit seminarie is de voortzetting van een werk dat CEOSI, samen met het BRussells Tribunal en  IAON, begon in 2006 tijdens  het Madrid International Seminar on the Assassination of Iraqi Academics and Health Professionals.Het was de eerste publieke veroordeling van de situatie. Dit seminarie  werd afgesloten met  de  resolution of the Conference of Chancellors of the Spanish Universities.    Sindsdien hebben zijn we elke moord op een Irakese academicus blijven onderzoeken en blijven veroordelen en hebben we hierover informatie verzameld.  Nu, in Gent, hebben we de kans om samen te werken, om nieuwe acties te ontwikkelen, de actuele situatie grondig te bestuderen en praktische oplossingen te zoeken.

- Het Seminarie in Gent moet de waarheid aan het licht brengen over de minister van Hoger Onderwijs, die op een immorele en onverantwoorde manier Iraakse academici heeft opgeroepen om terug te keren uit ballingschap (calling upon Iraqi academics in exile to return to Iraq ), want het resultaat van hun terugkeer is hun dood ( zie: last two examples ). De trieste realiteit komt erop neer dat de moordenaars van Irakese academici  nog altijd straffeloos rondlopen en bovendien – volgens onze informatie – met sektarische milities de Irakese universiteiten controleren.

CEOSI wil graag andere organisaties aanmoedigen om samen te werken om het leven van Irakese academici -  die nog steeds in groot gevaar verkeren - te redden, en om het onderwijssysteem herop te bouwen op een niet-sektarische basis, rekening houdend met het feit dat,

-Het  totaal fout is en een valstrik te denken dat de situatie in Irak verbeterd is, vandaar het belang van dit moedige initiatief.

- Om Irakese Academici te helpen, is het van essentieel belang, eerst en vooral, de huidige situatie van de Irakezen in het hoger onderwijs grondig te analyzeren, zoals ook Unesco voorstelt. (185 EX/35, August 30, 2010).

PARTNERS-ONDERTEKENAARS

ICMES, The international Council for Middle East Studies

EURAMES, European Association For Middle Eastern Studies

CEOSI,  Campaña Estatal contra la Ocupación y por la Soberanía de Iraq

WAR IS A CRIME

PERDANA GLOBAL PEACE ORGANISATION

IRAQI CONTEMPORARY STUDIES AWARDS

INTAL, International action for liberation

FÖRENINGEN IRAK SOLIDARITET

KLFCW, Kuala Lumpur Foundation to Criminalise War

EL TALLER INTERNATIONAL

- CEOSI denkt dat het Gentse seminarie een geweldige kans is om projecten uit te wisselen en om samen te werken.  Wij zullen er ons recente project voorstellen:  een situatierapport, in samenwerking met de Universiteit van Sussex, over de feitelijke situatie van het Irakese Hoger Onderwijs.  Daarnaast hebben we een nieuwe blog http://iraqiacademicsunderattack.wordpress.com/), een open ontmoetingsplaats om in contact te komen en te discussiëren over deze kwestie met Irakese academici en met alle organisaties die op dit terrein werken.

Om al deze redenen steunen wij dit initiatief volledig. Dit initiatief is van het allergrootste belang om de reële situatie van de Irakese academici  publiek te maken.


Inchrijven voor het seminarie? Het seminarie steunen?

                    Alle nuttige informatie over dit seminarie lees je: hier                

VRIENDELIJK EN DRINGEND VERZOEK: Om heel zeker de volgende nieuwsbrief te ontvangen vragen we u uw adresgegevens na te kijken: hier.  U kan dan aangeven in welke taal u de brief ontvangt.  Dank voor de medewerking en de solidariteit. Bent u een nieuwe lezer, kies dan SUBSCRIBE. Om uw gegevens aan te passen, kies YOUR ACCOUNT

 
ON THE WESBITE                  PARTITION BY CENSUS - statement of The BRussells Tribunal October 8 2010

                                                     WIKILEAKS IRAQ WAR LOGS: LEGAL ACTION IS UNAVOIDABLE