NIEUWSBRIEF   4
oorlog in Irak - oorlog in Afghanistan - oorlog in Palestina - oorlog in ...

The Brussells Tribunal
   April 2010 choose your language:   FRANCAIS  ENGLISH ARABIC ESPAÑOL  info@brussellstribunal.org
VRIENDELIJK EN DRINGEND VERZOEK: Om heel zeker de volgende nieuwsbrief te ontvangen vragen we u uw adresgegevens na te kijken: hier.  U kan dan aangeven in welke taal u de brief ontvangt.  Dank voor de medewerking en de solidariteit. OCCUPATION YEAR 8
REGERING VAN NATIONALE REDDING BESCHOUWINGEN BIJ GERICHTE MOORDEN HET WESTERS PROJECT IS MISLUKT AFHGHANISTAN  STEUN HET BRUSSELLS TRIBUNAL
ABDUL ILAH ALBAYATY

Abdul Ilah Albayaty

DE IRAKEZEN KUNNEN EN MOETEN

EEN REGERING VAN NATIONALE REDDING AFKONDIGEN

ANTI OCCUMATION NETWORK

Obama heeft gekozen voor de voortzetting van de criminele social engineering in Irak. Alleen een breuk met het politieke proces kan Irak en zijn volk redden, zo schrijft Abdul Ilah Albayaty.

Alle waarnemers van de VN, internationale instellingen en organisaties, Arabische en internationale partijen en bewegingen, de Irakezen (die niet behoren tot de alliantie die in Irak aan de macht is):  zij allen hebben de internationale gemeenschap, de VN en de Arabische Liga en leden van internationale en van Arabische bewegingen gewezen op en gewaarschuwd voor de tragische situatie en de leefomstandigheden van de Irakezen onder de bezetting, de ineenstorting van de voorzieningen, die een normaal leven mogelijk maken of de hoop op een normaal leven in de toekomst, indien de omstandigheden blijven aanhouden die de Amerikaanse invasie creëerde. Toch bleef de regering-Maliki, gesteund door de VS, de Koerdische leiders en de pro-Iraanse sektarische partijen, een beleid van totale onderdrukking, corruptie, vervalsing van feiten en rechtvaardigende leugens handhaven.

Het oorspronkelijke plan was om Irak te vernietigen en op te delen in drie entiteiten. Dit staaltje van criminele social engineering was gegrondvest op een alliantie tussen separatistische Koerden, Iraanse religieuze fascisten, en de achter de schermen opererende Israëlische geheime dienst: dit is totaal in strijd met de verplichtingen van de bezetters volgens het internationaal recht. Omdat het Iraakse leger, samen met het Irakesee volk, zich tegen de bezetting verzette, gingen de bezetters en hun bondgenoten over tot genocidale acties die desastreus waren, niet alleen voor de Irakezen, maar ook voor de VS, voor de buurlanden van Irak, voor de internationale economie en voor de internationale betrekkingen, normen en standaarden.

Wat men het "politiek proces" noemde werd opgezet om deze verdeling van Irak te bereiken. Iedereen die de politieke verhoudingen in de regio kent, begreep vanaf het begin dat de vernietiging van de Arabisch-islamitische identiteit van Irak en de verdeling in sjiitische, soennitische en Koerdische invloedssferen een luchtspiegeling was van de VS, en dat de uitkomst ervan het falen van de VS zou worden. De reis naar deze luchtspiegeling heeft geleid tot zeven jaar van onafgebroken dood, vernieling en terreur voor Irak, en tot zeven jaar van mislukking voor de VS in het bestrijden van het Iraakse volk en zijn verzet. Een aderlating, voor Irak in bloed, voor de VS in geld. De VS hebben niets gewonnen. Ze oogsten alleen schaamte, een financiële crisis, de niet te rechtvaardigen dood van hun zonen, onvergeeflijke agressie en de ineenstorting van hun imago, en een algemeen wantrouwen in hun waarden en beleid.

Ja, de VS zijn erin geslaagd Irak te vernietigen, maar ze slaagden niet in het opbouwen van een nieuw Irak op basis van drie semi-onafhankelijke entiteiten. Dit is immers een onmogelijke opdracht die de Amerikaanse denktanks zichzelf en Israël hebben gesteld.
Irak is onbreekbaar. Het Iraakse volk, zijn identiteit, belang en wil, en de geopolitieke realiteit van de regio laten de verdeling van Irak niet toe. Men had kunnen onderhandelen met het verzet en de anti-bezettingskrachten - die buiten het door de VS gestimuleerde politieke proces werden gehouden - om vrede te realiseren en om de voorwaarden voor de terugtrekking vast te leggen. Men had Irak aan zijn volk kunnen teruggeven zodat de Irakezen hun land, hun maatschappij en hun leven weer konden opbouwen. In de plaats hiervan heeft het bestuur van Obama na zeven mislukte jaren besloten het mislukte politieke proces middels valse verkiezingen te doen herleven.

Met Obama hebben de VS - de belangrijkste verantwoordelijken voor de tragische situatie in Irak – de verkiezingen in Irak gepresenteerd als de oplossing voor de problemen die ze zelf hebben gecreëerd en gehandhaafd. In werkelijkheid hebben de regels voor het politieke proces, de repressie en de marginalisering van alle tegenstanders, samen met de gedwongen deportatie van het grootste deel van de middenklasse naar het buitenland, van de verkiezingen slechts een drama gemaakt waarvan het doel is dat het politieke proces zich zal voortzetten, zodat de VS hun controle over Irak kunnen handhaven en tegelijk de verantwoordelijkheid voor zijn tragische situatie kunnen ontvluchten. Een dag van verkiezingen heeft niets te maken met het getormenteerde dagelijks leven van de Irakezen.

De ondertekening door de regering Maliki van het SOFA-veiligheidsakkoord (Status of Forces Agreement) en van de oliecontracten,  heeft de VS bevrijd van de bekommernis om wie er aan de macht is in Irak en hoe er bestuurd wordt, zolang de VS maar de eigen plannen kunnen realiseren.

Ondanks de retorische beloftes van de terugtrekking van de gevechtstroepen, zijn de VS van plan om tot 50.000 militairen gestationeerd te houden in Irak samen met duizenden speciale troepen en meer dan 100.000 huurlingen die onder hun bevel staan. Al deze overeenkomsten zijn dus totaal betekenisloos en hol. De VS zullen ook troepen ter beschikking hebben binnen het politieke proces, geleid door dieven, krijgsheren, en leeglopers. Zo verzekeren zij zich ervan dat er geen macht tegen de VS kan bestaan zonder dat die onmiddellijk door anderen geëlimineerd wordt, hetzij rechtstreeks door de nog resterende Amerikaanse eenheden, hetzij door hun special forces. De verschillende krachten in het politieke proces mogen - voor zover het de VS betreft - elkaar vrijelijk bevechten, maar ze moeten zich wel allen tegen de bouw van een echte eengemaakte staat voor de Irakezen kanten en zich zeker niet afzetten tegen de bezetting.

Niets is duidelijker met betrekking tot deze strategie dan de toespraak van ambassadeur Hill in Washington. Alle kandidaten bij de laatste verkiezingen, met inbegrip van Allawi, gaan ermee akkoord. Als ze al van mening verschillen gaat het over hun aandeel in de taart van de macht. Iran en zijn agenten weigeren om de soennieten in het politieke proces te integreren; de Koerden willen niet dat Arabieren zich verenigen en ze willen Kirkuk inpalmen in hun hegemonie in het noorden.  Allawi, en velen met hem, heeft zijn buik vol van sektarisme en religieus fascisme, maar hij staat achter de invasie en een mildere deBaathificatie; en Maliki wil minister-president worden, als het niet gaat door middel van verkiezingen dan maar met geweld. Het resultaat van de vervalste verkiezing dient klaarblijkelijk het Amerikaanse plan. Het parlement is even verdeeld als voorheen en de toekomstige regering is en zal even zwak zijn als voorheen.

Twee zaken kunnen de zelfgenoegzame Amerikaanse plannen echter in gevaar brengen en verstoren. Terwijl de VS niets deden om de tragische situatie in Irak te veranderen, en het vuile werk van de repressie, corruptie en leugens aan hun lokale bondgenoten overlieten, weigerden deze bondgenoten iedere verandering. Zij gebruiken alle legale en illegale middelen en trucs, waaronder moorden, arrestaties, deportaties en terreur, opdat de macht in handen blijft van een alliantie tussen de twee Koerdische partijen en twee sjiitische partijen.
De afwachtende houding van de Koerden, de interventies van Iran, het vernieuwd sektarisch geweld, het dreigement van Maliki dat hij de uitslag niet zal erkennen, wijzen allemaal in dezelfde richting.

Het tweede gevaar voor de Amerikaanse plannen vormt de positie van het populaire verzet en de anti-bezettingskrachten tegenover de verkiezingen. In de gegeven omstandigheden presenteerde geen van die bewegingen een lijst van officiële kandidaten. Daarmee maakte men de verkiezingen onwettig . Noch de Baath-partij, noch de Taa'sisee, noch de Association of Muslim Scholars in Irak, noch de linkse anti-bezettingsbeweging hebben deelgenomen. Maar ze hebben hun aanhangers wel de volledige vrijheid gegeven om de verkiezingen te boycotten of te stemmen in overeenstemming met de plaatselijke situatie. Als we het aantal stemmen voor elke lijst analyseren, en nagaan op welk thema ze wonnen, kunnen we vaststellen dat het anti-bezettingsproject van een verenigd Irak erin geslaagd is aan te tonen dat het de belangrijkste politieke kracht is in Irak.

De verkiezingsuitslagen in Kirkuk, Mosul, Diyala, Salaheddin bewezen dat de Koerdische expansionistische plannen niet de steun van de betrokken bevolking hebben. De zuiver religieuze partijen die smachten naar een religieuze staat, haalden, ondanks zeven jaar van machtsuitoefening in hun eigen voordeel en met de hulp van de VS, minder dan 2,5 miljoen binnen van de 12 miljoen stemmen.
Diegenen die de opdeling van Irak in sjiitische, soennitische en Koerdische entiteiten ondersteunen, met name het Iraqi National Accord (INA) en de Koerdische Alliantie, kregen niet meer dan een vijfde van de stemgerechtigden achter zich. Hier moet volledigheidshalve worden vermeld dat het Sadristisch blok van Moqtada Al Sadr – deel uitmakend van het INA - de opdeling van Irak weigert te steunen.

Het aantal kiezers dat Iraanse hegemonie over Irak ondersteunt is zeer klein. De INA, de belangrijkste bondgenoot van de VS, won minder dan twee miljoen stemmen van de 18 miljoen stemgerechtigden en van de 12 miljoen mensen die effectief hebben gestemd. Als de lijst van Maliki uit elkaar zou vallen, zouden we misschien de helft hieraan kunnen toevoegen. Maar Maliki, een Amerikaanse creatie, presenteerde zichzelf als afwijzer van het Iraanse dictaat. We zullen zien wat er zal gebeuren met zijn lijst, nu hij de macht heeft kwijt gespeeld.

 Deze situatie wordt voor Irak een cruciaal tijdsgewricht. Het zou kunnen dat het Irakese volk afstevent op nog eens vier bloedige jaren, na de voorbije met bloed doordrenkte zeven jaren. De tweede mogelijkheid is dat door de eerbiediging van de Iraakse wil, de Irakezen weer wat rust en voldoende zekerheid krijgen om een begin te maken met het opbouwen van een seculiere en eengemaakte staat. De verkiezingsuitslagen maakten duidelijk dat er geen heil te verwachten valt binnen het politieke proces en dat het gewapende verzet, met name het wettelijke Irakese leger, samen met diegenen die de verkiezingen hebben geboycot, samen met degenen die hebben gestemd voor Allawi en andere lijsten die verandering en een seculiere staat willen, samen met de vluchtelingen, samen met de meesten uit de middenklasse, samen met de niet-separatistische Koerden buiten de regeringspartijen, samen met de Turkmenen, samen met de armen die hebben gestemd voor Sadristen, samen met de christenen, samen met de Yazidi's, samen met alle eerlijke intellectuelen van Irak, een publiek vertegenwoordigen voor een regering van redding, die een democratisch onafhankelijk en verenigd Irak kan bouwen. Het is de plicht van de VN, de Arabische Liga, de buurlanden van Irak en de Irakese progressieven om deze geboorte mee mogelijk te maken.

 Als Irakezen strijden voor vrede, stabiliteit en democratie, door zich te verzetten en te zoeken naar een manier om hun soevereine staat weer op te bouwen op basis van gelijk burgerschap, verdedigen zij ook de belangen van de buurlanden van Irak, met inbegrip van Iran, de Arabische wereld, en alle volkeren: landen en krachten die een einde willen maken aan oorlog en geweld, en aan de westerse hegemonie in internationale zaken, waarvan de Derde Wereld altijd het eerste slachtoffer is, en een einde willen maken aan betrekkingen die gebaseerd zijn op geweld en uitbuiting. Irak is de voorhoede van de strijd voor een betere wereld.

  Abdul Ilah Albayaty is een Irakese poltieke analist en lid van het Executive Committee van het BRussells Tribunal .  
                                                                                                                                                                                      

Het BRussells Tribunal is

een internationaal netwerk van intellectuelen, kunstenaars en activisten, die zich verzetten tegen de logica van een permanente oorlog, die wordt gevoerd door de regeringen van de Verenigde Staten en hun bondgenoten en die nu vooral op een specifieke regio is gericht: het Midden-Oosten.  In 2004 organiseerde het een volkstribunaal tegen “the Project for a New American Century” (PNAC) en tegen de illegale invasie in Irak, maar het BRussells Tribunal bleef verder werken. Het wil een brug slaan tussen het verzet van intellectuelen in de Arabische wereld en de vredesbewegingen in het Westen.. 

 

STEUN HET TRIBUNAAL:

U kan het BRussells Tribunal steunen.  Het steunt volledig op vrijwilligers, maar er zijn kosten voor telefoon, website hosting, mailings, internationale contacten, enz...   Het reken op uw steun om onafhankelijk te blijven en zijn werkzaamheden verder te zetten.  U kan ons financieel steunen met een gift: klik hIer om onmiddellijk uw bijdrage te betalen. Of schrijf een bedrag over via uw bankrekening naar de rekening van het BRussells Tribunal 132-5251479-37 (IBAN: BE35 1325 2514 7937 – BIC: BNAGBEBB) met de vermelding: "steunend lid 2010" of "eresteunend lid 2010".  U bent steunend lid als u minstens €50 geeft en ere-steunend lid vanaf €1000.

       top pagina

 

cultural cleansing in Iraq

U kan uw exemplaar van CULTURAL CLEANSING IN IRAQ hier bestellen met een korting van 10% (niet geldig in de VS, Canada, Australië)

 

MEEWERKEN AAN DE NIEUWSBRIEF:

Het BRussells Tribunal zoekt medewerkers voor de vertaling van artikels: English-Dutch-French-Arabic-Spanish-German. Please contacteer ons: newsletter@brussellstribunal.org

 

UW MENING


 bezorg ons uw reacties newsletter@brussellstribunal.org





top pagina
reflections

   CULTURAL CLEANSING IN IRAQ. Why museums were looted, libraries      burned  and academics murdered.    book presentation: Les Halles - Brussels - March 20 2010

 

 

 

 

 

STATE ENDING ALS OORLOGSDOEL

STATEMENT

van Roger van Zwanenberg, Chair & Commissioning Editor of Pluto Press ter gelegenheid van de presentatie van het boek op 20 maart 2010 in Les Halles te Brussel.

Cultural Cleansing in Iraq is een van die boeken waarvan ik trots ben het te mogen publiceren. Pluto Press wenst radicale verklaringen te bieden voor de meest belangrijke gebeurtenissen van onze tijd; daartoe behoort zeker de invasie van Irak.

Als jonge academicus beet ik mijn tanden stuk op de studie van de koloniale geschiedenis van Oost-Afrika. Ik vroeg mijn studenten waarom Groot-Brittannië hun land was binnen gevallen.

BESCHOUWINGEN OVER DE GERICHTE MOORDEN OP ACADEMICI TER GELEGENHEID VAN DE ZEVENDE VERJAARDAG VAN DE OORLOG TEGEN IRAK.

Terwijl de verjaardag van de oorlog in Irak nadert, moet ik denken aan wat ik zeven jaar geleden schreef. Dat deze illegale invasie niets te maken had met de oorlog tegen de terreur maar lang op voorhand was gepland en niet uit was op democratie maar op de vernietiging van Irak. Dat werd toen hier en daar openlijk weggehoond. Men vond mij wel sympathiek of aandoenlijk in mijn woede maar niet on the level als het om wereldpolitiek ging.

Ter voorbereiding van een avond naar aanleiding van die zevende verjaardag op 20 maart, lees ik een boek: Cultural Cleansing in Iraq. Why museums were looted, libraries burned and academics murdered.  De basisstelling luidt, geloof het of niet, dat het doel van de oorlog van het begin af aan de vernietiging was van de Irakese staat. Maar er is meer: de culturele zuivering van Irak, het laten plunderen van musea, het platbranden van bibliotheken en het vermoorden van academici paste volgens de auteurs in deze oorlogsstrategie. State ending, staatsdestructie - het zal ongetwijfeld een concept worden dat ingeburgerd zal raken, naast genocide en zijn afgeleiden zoals urbicide (stadsvernietiging), sociocide (vernietiging van het sociale weefsel), mnemocide (vernietiging van het collectieve geheugen). Men mag het hopen. Want deze begrippen en hun verwevenheid zijn, helaas, niet alleen bruikbaar in Irak.

Over de plundering van de musea werd uitgebreid bericht, zij het zonder de verantwoordelijkheid bij de bezetter te leggen, zoals het internationaal oorlogsrecht bepaalt. En zonder het te zien als een strategie van ‘mnenocide’. Over de honderden academici die het slachtoffer zijn geworden van gerichte moorden (de zogenaamde targeted assassinations) is het al die jaren stil gebleven. Nochtans. In de eerste drie maanden van de bezetting waren er al 250 academici omgebracht. Het BRussells Tribunal heeft intussen een lijst van 437 slachtoffers, een lijst die wereldwijd als referentie fungeert. Omdat intussen ook de professoren die deze moorden en verdwijningen documenteerden zijn vermoord of gevlucht, is het steeds moeilijker geworden om deze lijst up to date te houden. Maar tegen juni 2006 waren er volgens de Christian Science Monitor al 2500 academici vermoord, ontvoerd of het land uitgejaagd. Niemand weet hoeveel er tot op vandaag de dag zijn vermoord. Wel weten we dat duizenden zijn bedreigd - vaak via brieven met kogels - en gevlucht. Naast de academici zijn ook media-professionelen, dokters, ingenieurs en geestelijke leiders doelwit geweest van intimidaties, ontvoeringen en gerichte moorden. Belangrijk is dat het, in het geval van academici, niet gaat om sektarische moorden, want statistieken wijzen uit dat er geen lijn zit in de moorden. Wel zijn vooral professoren in leidende functies geviseerd, en niet alleen Baathisten.

Deze moorden zijn nooit onderzocht, de schuldigen nooit gevonden, laat staan vervolgd. Hoe zou dat komen? Misschien omdat zowel de bezetter als de nieuwe machtshebbers het niet belangrijk vonden. Of misschien omdat de inzet van doodseskaders, zoals weleer in El Salvador, deel is van de strategie. Dat is wat het boek betoogt: het vermoorden van academici was en is deel van de “Salvador Option”.

Conclusie van de auteurs? Het doel was de intellectuele klasse, die toch de basis zou moeten vormen voor de nieuwe democratische staat, te liquideren. Zo sinister is het. Zo sinister dat men het moeilijk kan geloven. En toch is het waar: het uitschakelen van academici en andere beroepsgroepen uit de middenklasse stond in functie van het eerste en hoogste oorlogsdoel: de destructie van de Irakese staat. “State-ending” in plaats van “Nation building”. Volgens de inleiders van het boek was dit oorlogsdoel een beslissing waarbij drie partijen elkaar gevonden hebben: de neoconservatieven die door de shock and awe van Irak een showcase wilden maken, met idealiter permanente basissen in een geostrategie van militaire dominantie als project voor een ‘Nieuwe Amerika eeuw’, de Israëlische staat die af wou van een machtige staat in zijn achtertuin en de olie-industrie die de hand wou leggen op een van de belangrijkste olievoorraden ter wereld.  Ook dat heb ik zeven jaar geleden geschreven. Wat ik daarover allemaal naar mijn hoofd gekregen heb. Nu staat het zwart op wit, met veel voetnoten, goed gedocumenteerd in een boek – ik zou durven zeggen een waarlijk historisch boek - dat uitgegeven is door een uitgeverij met wereldfaam, Pluto Press. Misschien zal de wereld het nu gaan beseffen.

Wereldwijd protest vanuit academische hoek zou mooi zijn. Maar een minuut stilte voor de vermoorde collega’s zal niet volstaan. Want, en dat maakt het pas verpletterend, dit is allemaal nog maar het topje van de ijsberg: de kinderen die zwaar misvormd geboren worden door het gebruik van verarmd uranium en witte fosfor, het gebrek aan drinkbaar water, elektriciteit en medische verzorging, de vernietiging van het schoolsysteem wat een verloren generatie oplevert, de 1.2 miljoen doden en de 5 miljoen vluchtelingen – dat alles samen maakt de oorlog in Irak tot de grootste oorlogsmisdaad en de grootste door mensen gemaakte humanitaire catastrofe van de laatste decennia. En: ze duurt voort. Er is weinig of geen hoop op verbetering, zeker niet na de recente verkiezingen. Voeg daar nog de ontelbare bomexplosies bij en de sektarische desintegratie van het land, de afrekeningen en de etnische zuiveringen onder minderheden (ook daar een heel hoofdstuk over in het boek) - en je hebt een beeld van de hel. En wij, wij kijken allemaal meer en meer de andere kant op. Omdat we Irak na zeven jaar spuugzat zijn.

Ik ben er ook een beetje moe van geworden.  Maar ik van mijn kant heb, het is bitter om het te moeten vaststellen, na zeven jaar gelijk gekregen met mijn toen absurd bevonden these over de vernietiging van Irak. Ook Bush heeft gelijk gekregen met zijn fameuze show op het dek van de USS Lincoln die eerste mei van 2003: “mission accomplished”. Inderdaad: Irak is vernietigd.

Gelukkige verjaardag, meneer de president!  Ja, tu quoque Obama.

Lieven De Cauter Lieven De Cauter is een Belgisch filofoof en voorzitter van het BRussells Tribunal 

 

Ik vroeg hen om vrder te kijken dan  de populaire mythes en ten gronde uit te leggen waarom deze invasie had plaatsgevonden. Dat was in de jaren 1970. Later, toen ik begon met het uitgeven van boeken is het nooit bij me opgekomen dat de grote mogendheden van vandaag, de VS en zijn volgelingen, Groot-Brittannië en nu de NAVO, weer aan het koloniseren zouden gaan.

 Kolonisatie is altijd een onsmakelijke, brutale onderneming geweest. De 21e eeuwse versie ervan bewijst dat dit aspect uit de Westerse negentiende en twintigste eeuw helemaal niet is veranderd. Echter, dank zij onze moderne media zoals kranten, gsm en het internet blijft veel van het werkelijk brutale optreden niet lang verborgen. In de vroegere versie van de kolonisatie duurde het vele maanden eer de informatie doorkwam. En dus werd de wereld verteld over de systematische marteling van gevangenen en over de miljoenen vluchtelingen, en kunnen we kennis nemen van de gebeurtenissen zoals ze zich ontvouwen.

 Maar hoe kunnen we die gebeurtenissen waarover we weliswaar zeer snel worden geïnformeerd, toch correct interpreteren? Onze leiders zowel in Washington als in Londen willen immers niet dat we weten hoe zij waarlijk denken. De kwestie Irak werd omfloerst met honingzoete woorden. Onze leiders dienen we te beschouwen als oorlogshandelaars en criminelen, en vele gewone mensen zien hen ook zo. Desondanks zien we toch niet de patronen en begrijpen we niet wat hen bezielt. We hebben geen inzicht in hun opzet en doeleinden.

 Het boek Cultural Cleansing in Iraq slaagt erin deze lacune op te vullen als geen ander. Dit boek illustreert de beslissing – genomen in de coulissen van de Amerikaanse regering - om de antieke maatschappij volledig te vernietigen. Het doel van de invallers was niet het eenvoudig verwijderen van Saddam Hoessein. Dit laatste was veeleer bijzaak. Nee, het doel was om de maatschappelijke structuur en de burgers uit de middenklasse, de intelligentsia, te vernietigen. Een volwassen stedelijke samenleving werd in feite met de grond gelijkgemaakt. Zoals plunderende indringers uit het verre verleden steden verbrandden, zo deden de moderne invallers hetzelfde in Irak.

 Cultural Cleansing in Iraq tekent dit uit in zijn gruwelijke details. Daarom ben ik blij en trots dat Pluto door Raymond Baker en Tareq Ismael als de uitgever voor hun boek werd gekozen. En natuurlijk zijn we allemaal dankbaar voor het onmisbare werk van het BRussells Tribunal dat deze afschuwelijke gebeurtenissen die wij nu meemaken bekend maakt.

top pagina

failure


HET WESTERSE PROJECT VOOR IRAK IS MISLUKT



HANA AL BAYATY

Hana Al Bayaty

interview door Gie Goris – MO (MOndiaal Nieuws)

24 maart 2010 (MO) - Hana Al-Bayaty is een Iraaks-Franse documentairemaakster. Ze werkte ook als journaliste voor het Egyptische weekblad Al-Ahram. Ze heeft gedurende jaren in Brussel gewoond en hielp daar mee het BRussells Tribunal rond de invasie in Irak opzetten. Op dit moment woont ze in Caïro. MO* sprak met haar op de zevende verjaardag van de inval in Irak, naar aanleiding van het verschijnen van het boek CULTURAL CLEANSING IN IRAQ. Why museums were looted, libraries burned and academics murdered."

Gie Goris [V]: Het boek stelt dat de oorlog tegen Irak de bedoeling had om het land op te breken.

Hana Al Bayaty: Ik denk dat het opzet om Irak te breken al teruggaat tot 1990 en de sancties tegen mijn land.  Die sancties waren bedoeld om het land stuk te maken, maar aangezien dat niet meteen lukte, heeft men beslist het land te bezetten. Het is dus geen proces dat dat pas in 2003 begonnen is.  De preferentiële behandeling van het Noor-Irak (Koerdische meerderheid) in de jaren negentig was al een poging tot opsplitsing van het land.  Het doel van de bezetting was de staatsinstellingen te vernietigen.  Het ging erom de staat op te heffen.  De bezetting heeft daarom ook het sektarisme geïntroduceerd. De Irakezen zelf identificeerden zichzelf niet als sjiieten of soennieten, maar eerder als nationalisten, communisten of eventueel islamisten. Ook de Baath-partij van Saddam Hoessein was niet sektarisch – men kan Sadam vanalles verwijten, maar niet dat hij sektarisch was. Men heeft vastgesteld dat 58 procent van de Baath partij sjiieten waren.

[V]: Voor de invasie was Irak een bondgenoot van het Westen. Waarom dan de invasie?

Hana Al Bayaty: Er zijn meerdere redenen. Het idee om Irak en al de Arabische landen te onderwerpen, kwam er omdat deze landen dan geen bedreiging meer zouden vormen voor Israël. Irak was zeer rijk en het is altijd al een kruispunt geweest tussen Europa en China of tussen Turkije en de Golf of tussen Iran en Egypte. En wie Irak onder controle heeft, heeft dus een grote invloed op de hele wereldmarkt. De US wou deze macht hebben. Dus het was logisch om bij Irak te beginnen. Een tweede punt is dat Irak een welvarend land was en dus de meeste kans om democratisch te worden.

[V]: Van die mogelijkheid was onder Saddam Hoessein toch niet veel te merken?

Hana Al Bayaty: Er was een hele grote middenklasse die zeer goed opgeleid was. De regering nationaliseerde de olie, ze investeerde in onderwijs en gezondheid, en had een sterk leger,..  Irak had alles om een leidende kracht te zijn in de Arabische wereld. Er zou sowieso een overgang zijn geweest. We kwamen uit de Koude Oorlog en bepaalde leiders namen enkele democratische principes over. De rol van vrouwen was bijvoorbeeld verbeterd en ze waren het meest vrij in de regio. Dé misdaad van Irak was de nationalisering van de olie. En dat is waarom het Westen Irak kapot gemaakt heeft. Het heeft niets te maken met Sadam Hoessein.

Toen Saddam aan de macht kwam was er veel sympathie voor de Baath partij, vooral omdat de communistische partij in Irak, toen de Sovjet-Unie volgde  en dus ook Israël erkende. De mensen voelden dat aan als verraad. Het is dus de fout van de linkse partijen, het had er niets mee te maken of je pro-Amerika was of niet.

[V]: Saddam heeft zelf wel deel aan  de achteruitgang van Irak?

Hana Al Bayaty: Het begon met de zuiveringen die Saddam doorvoerde in zijn eigen partij. En uiteraard is er Koeweit. Onlangs erkende het orthodoxe deel van de Baath-partij dat de inval in Koeweit een vergissing geweest was. Over de oorlog tegen Iran (1980-1988) zijn de meningen nog verdeeld. Iran en Irak zijn in het verleden voortdurend in conflict geweest. Er ia namelijk een probleem met het expansionistische karakter van de Islamitische Revolutie in Iran, die de soevereiniteit van staten niet erkende. Dat was een heel destabiliserende factor in een land met zoveel sjiitische bewoners als Irak. Maar Irak is zo seculair dat de Irakese sjiieten acht jaar lang vochten tegen Iran. Ook tijdens de verkiezingen van de voorbije jaren tonen de Irakezen dat ze heel seculier zijn.

[V]: Maar er waren wel degelijk tegenstellingen tussen Koerden en Arabieren, de inwoners van Zuid-Irak en de machtselites rond Saddam Hoessein…

Hana Al Bayaty: In het noorden van Irak trainden de westerse machten in de jaren negentig milities die ze wilden inzetten bij de invasie in Zuid-Irak. Men hoopte op een pro-Westerse volksopstand, maar men hield geen rekening met de lange geschiedenis van nationale disputen die de uiteindelijke eenheid niet bedreigt. Je kan Irak niet vergelijken met Joegoslavië dat altijd al een federale staat was, terwijl Irak van oudsher een unitaire staat is. Misschien is er wel behoefte aan meer lokale democratie of decentralisatie.

Irak bestaat uit verschillende beschavingen, het is een heel oude maatschappij met vele lagen en veel diversiteit. De milities die het geweld geïnstalleerd hebben na de bezetting willen precies alles stuk wat de Irakezen bijeen brengt. Ze vernietigen al de symbolen, en doden de hoogopgeleide mensen. De Amerikanen hebben het nationale leger ontbonden en wilden een nieuw leger opbouwen op basis van de milities, die ook niet geloven in een ééngemaakt Irak. Zij geloven in confederalisme of een soort autonomie, maar geen van hen kan het idee van een eengemaakt Irak vertegenwoordigen.

[V]: De opdeling van Irak is er in elk geval niet gekomen. Missie mislukt voor de Verenigde Staten?

Hana Al Bayaty: Ik denk in ieder geval dat ze nooit zo veel tegenstand verwacht hadden. Het antwoord hieropop was dan ook extreem gewelddadig, met als voorlopig eindresultaat naar schatting twee miljoen doden en vijf miljoen vluchtelingen. Als het doel was om de olie opnieuw te privatiseren, dan is dat mislukt. Als het doel was van Irak een zwakke federatie te maken, dan is dat ook mislukt. De westerse media denken dat de toestand in Irak nu gestabiliseerd is, maar dat klopt niet. De strategische overweging om de strijd tegen de bezetting en de huidige regering op een laag pitje te zetten, had alleen te maken met de timing van de Amerikaanse verkiezingen: tijdens de laatste maanden van Bush en de eerste maanden van Obama had het geen zin om stijders op te offeren, aangezien het toch niet tot een beleidsverandering kon leiden.

[V]: Is het verzet Irakees? Hoe sterk is het buitenlandse element in het geheel?

Hana Al Bayaty: Het “buitenlandse element” is belachelijk klein. Zelfs het Amerikaanse leger zegt dat het maar over twee procent van de strijders gaat. In Afghanistan is dat hetzelfde. De internationale solidariteit heeft spijtig genoeg weinig rol gespeeld in het ondersteunen van het verzet.

[V]: Twintig jaar na de eerste Golfoorlog en zeven jaar na de inval van de Amerikaans-Britse troepen moet er toch weer toekomst gemaakt worden. Hoe ziet die eruit?

Hana Al Bayaty: We kunnen maar vooruit als de bezetting helemaal stopt en alle buitenlandse troepen vertrekken. En als de huidige regering vervangen wordt door een overgangsregering die eerlijke en vrije verkiezingen voorbereidt. De basis van die overgangsregering moet gevormd worden door het huidige verzet, al is er ruimte voor andere patriotten. Het verzet heeft bij de recente verkiezingen bijvoorbeeld steun gegeven aan de coalitie rond Ayad Allawi. Dat toont alvast dat niet alles en iedereen uit de harde kern van het verzet moet komen.

Daarnaast hebben we dringend nood aan goede en stabiele relaties met de buurlanden, want vandaag dreigen de bemoeienissen van de buurlanden Irak in een echte burgeroorlog te storten. Zowel Iran, Turkije als Saoedi-Arabië spelen met vuur. En dat kunnen we in Irak best missen.

Overgenomen uit: MO*magazine                                                                                                                                                                                     top pagina

q]


DE MOEDIGSTE VROUW VAN AFGHANISTAN
INTERVIEW MET
MALALAI JOYA





















 

BRUSSEL -- De autobiografie van de jonge Afghaanse politica en vrouwenrechtenactiviste Malalai Joya is een schreeuw van woede. Ze overleefde vijf aanslagen en leeft ondergedoken in Kaboel. Toch blijft ze hoopvol. “Stop de bombardementen en geef niet langer steun aan de warlords. Pas dan zullen de democraten hun stem durven verheffen.” Een interview door Christophe Callewaert voor De Wereld Morgen.

Malalai Joya ziet er moe uit als ze me de hand schudt in een Brussels hotel. Het is moeilijk te geloven dat deze kleine, frêle vrouw het ultieme doelwit is van alle extremisten in Afghanistan. Sinds ze in 2003 vrank en vrij sprak op de Loya Jirga – de grote vergadering van stammenleiders die de grondwet moest opstellen – is ze in de woorden van haar vijanden een “dead woman walking”.

Vijf aanslagen overleefde ze al. Eén keer zag ze vanuit de wagen hoe een bom te vroeg ontplofte en hoe de brug waarover ze enkele ogenblikken later moest rijden de lucht inging. Toch blijft ze in Afghanistan.

Malalai Joya: “Ik leef in Kaboel, maar jammer genoeg leid ik geen normaal leven. Ik verhuis van het ene safehouse naar het andere. Ik verbijf nooit langer dan een paar dagen in hetzelfde huis. Een kantoor waar ik mensen kan ontvangen, heb ik niet. Ik heb wel bodyguards in mijn buurt, maar het blijft te gevaarlijk. Nu ik dit boek heb geschreven, neemt de dreiging van de extremisten nog toe. Ze weten dat ik nooit een compromis ga sluiten met hen en daarom willen ze me uit de weg ruimen. Maar ik doe mijn best om dat te verhinderen.”

Christophe Callewaert [V]: Kan u dan nog wel aan politiek doen?

Malalai Joya: “Ik word vaak uitgenodigd in veraf gelegen provincies of voor een publiek optreden in Kaboel, maar dat is te onveilig. Mijn leven speelt zich ondergronds af. Ik ontvang wel mensen op geheime plaatsen, maar daar kan ik nooit langer dan drie uur blijven. Zo proberen mijn vijanden me klein te krijgen, maar eigenlijk bereiken ze net het tegenovergestelde. Met elke dreiging tonen ze hun politieke zwakte.”

“Mijn situatie zou iedereen moeten wakker schudden”, voegt Malalai Joya er aan toe. “Onder de Taliban kon ik tenminste nog in het geheim lesgeven aan jonge meisjes. Nu kan ik zelfs met bodyguards om mij heen nergens naar toe. Dat is toch het bewijs dat die hele oorlog tegen de terreur een lachertje is? De bevrijding van de vrouwen was blijkbaar alleen maar een mooi excuus om ons land binnen te vallen.”

De wereld leerde Malalai Joya kennen in december 2003. Zij was door haar provinciegenoten verkozen als vertegenwoordiger in de Loya Jirga die een nieuwe grondwet moest opstellen. Malalai Joya was toen pas 25, maar genoot grote bekendheid als directrice van een gezondheidscentrum. Negen jaar voordien was ze vanuit de vluchtelingenkampen in Pakistan waar ze opgroeide, teruggekeerd naar Afghanistan. Onder de Taliban gaf ze – zelf nog een tiener - in het diepste geheim les aan meisjes en vrouwen.

[V]: In uw eerste toespraak op de Loya Jirga haalde u hard uit naar sommige aanwezigen. Waarom was u zo kwaad?

Malalai Joya: “Ik was gechoqueerd toen ik al die oorlogscriminelen zag zitten op die eerste vergadering. Ik had natuurlijk gevreesd dat de Loya Jirga niet meer dan een schaamlapje zou worden voor de Amerikaanse bezetting. Maar wat ik zag was erger dan ik me kon voorstellen. Voor mij werd toen helemaal duidelijk dat de VS en hun bondgenoten de Taliban gewoon vervangen hebben door de terroristische warlords die Afghanistan na de terugtrekking van de Sovjet-Unie in een burgeroorlog hebben gestort.”

[V]: Wie zijn die warlords?

Malalai Joya: “Die warlords kregen tijdens de Koude Oorlog miljoenen dollar van de CIA en de ISI (de Pakistaanse veiligheidsdiensten, nvdr). In die tijd waren ze nog niet echt bekend bij mijn volk. Iedereen, progressieve partijen en intellectuelen inbegrepen, vocht toen tegen de Russische bezetting. Maar zodra de Sovjet-Unie Afghanistan verliet, toonden ze hun ware gezicht. Hekmatyar, Massoud, Hatim, Rashid Dostum,... al die handpoppen van de VS pleegden verschrikkelijke misdaden.”

“Jullie denken dat alles begon met de Taliban, maar dat is zand in jullie ogen. De wreedheden begonnen bij de warlords. In naam van de islam legden ze de vrouwenrechten aan banden. Zelfs heel jonge meisjes waren niet veilig voor hun verkrachtingen. Ze plunderden musea. Boekenwinkels werden in brand gestoken. Ze vermoorden meer dan 65.000 mensen. Ze sloegen nagels in de hoofden van tegenstanders. Ze sneden vrouwenborsten af.”

“Maar het ergste was misschien nog dat ze onze nationale eenheid vernietigden. Ze vochten allemaal in naam van één ethnische bevolkingsgroep tegen elkaar. Het was zo erg dat mijn volk zelfs opgelucht was toen de Taliban in 1996 een einde maakten aan het rijk van die warlords. Al zou dat niet lang duren. Weer kwam een bende moordenaars aan de macht. In 2001 toen de Taliban verjaagd werden, was er weer heel even hoop. Maar die hoop werd snel aan stukken geslagen. 28 april werd uitgeroepen tot Mujahedeen Victory Day (de dag dat de burgerloorlog begon in 1992, nvdr), terwijl dat voor alle Afghanen een dag van nationale rouw zou moeten zijn.”

[V]: U noemt Achmed Sjah Massoud een warlord. Is dat niet de nationale held van Afghanistan?

Malalai Joya: “Massoud is een mooi voorbeeld van 'yesterday's terrorist' die vandaag voor de VS een held is. In Afghanistan noemen we deze held “de slachter van Kaboel” omdat hij zoveel bloedbaden aanrichtte. In Kaboel werd een straat naar hem genoemd, maar niemand gebruikt die naam omdat hij zo gehaat wordt. De CIA en de Franse regering dringen ons Massoud op als held, maar helden groeien in het hart van de mensen niet vanuit kantoren in het buitenland.”

[V]: Had u hen niet gewoon een kans moeten geven? Misschien waren ze tot inkeer gekomen?

Malalai Joya: “Acht jaar was genoeg om te leren hoe ze omgaan met de rechten van mijn volk. Toen de Taliban aan de macht kwamen, veranderden de warlords in muizen. Met de miljoenen dollar die ze van de CIA gekregen hadden, verstopten ze zich in holen. Na 9/11 kwamen ze weer te voorschijn en werden ze opnieuw wolven, maar deze keer gehuld in een schapenvacht."

"Nu staan ze zelfs te popelen om te onderhandelen met de Taliban. Eigenlijk hebben ze niet eens echt een probleem met elkaar. Sommigen verwijzen dan naar Zuid-Afrika: Mandela heeft daar toch ook zijn tegenstanders de hand gereikt? Ja, daar hebben slachtoffers hun beulen vergeven. Maar in Afghanistan gaat het om de ene terrorist die de andere terrorist de hand schudt.”

[V]: In 2005 raakte u verkozen in het parlement. Twee jaar later werd u geschorst omdat u de leden van het parlement beledigd zou hebben. Er werden verontschuldigingen geëist. Waarom bent u daar nooit op ingegaan?

Malalai Joya: “In Afghanistan heerst de wet van de jungle. Is het dan zo erg dat ik het parlement vergelijk met een zoo? Ok, alle parlementsleden lopen op twee benen, maar de warlords onder hen zijn wreder dan wilde dieren. Gelukkig dat dieren niet naar de rechtbank kunnen stappen, zeggen mijn aanhangers, want ze zouden je aanklagen omdat je hen vergelijkt met die criminelen.” (lacht)

“Ik zat daar samen met massamoordenaars. Daar kan ik toch geen compromis mee sluiten? Zij weten niet eens wat dat betekent. En wat moeten mijn kiezers dan denken? Oei, is onze Malalai nu ook al omgekocht? Nee, ik kon me echt moeilijk verontschuldigen omdat ik de waarheid verteld had. De verkiezingen zijn een teken van democratie, maar jammer genoeg moeten de Afghanen na acht jaar vaststellen dat de verkiezingen een werktuig zijn in handen van de bezettingstroepen en de warlords om hun misdaden wat legitimiteit te schenken.”

[V]: De Afghaanse president Hamid Karzai heeft u ooit gezegd dat hij het met u eens is. Hebt u dan wel vertrouwen in hem.

Malalai Joya: “Hamid Karzai is een schaamteloze pop. Hij sloot een compromis met de wreedste terroristen en liet toe dat zij zijn regering domineren. Nu wil hij ook nog de Taliban opnemen in zijn kabinet.”

[V]: Vindt u het spijtig dat zijn tegenkandidaat Abdullah Abdullah zich teruggetrokken heeft uit de verkiezingen?

Malalai Joya: “Abdullah Abdullah is ook een goede vriend van de warlords. Ik denk dat hij nog gevaarlijker is dan Karzai. Abdullah is namelijk ook voorstander van het federalisme wat een ramp zou betekenen voor Afghanistan. Dan zou het land nog makkelijker gebalkaniseerd kunnen worden. Laten we geen tijd verliezen aan dat soort mensen die graag over democratie praten maar die eigenlijk onze vijanden zijn.”

[V]: Het lijkt wel alsof u niemand vertrouwt. Bent u niet te streng?

Malalai Joya: “Er zijn ook heel wat progressieven en intellectuelen, maar zij moeten ondergronds leven door de oorlog. Als de bombardementen stoppen en als de warlords niet langer steun krijgen, zullen die democraten ook hun stem durven verheffen. Nu krijgen ze geen enkele kans. Dat komt natuurlijk ook doordat de mainstreammedia het niet willen zien. Hebben jullie ooit de betogingen van onderbetaalde leraars gezien op tv?”

[V]: Als de buitenlandse troepen zich terugtrekken, riskeert Afghanistan verscheurd te worden door een burgerloorlog.

Malalai Joya: “Wat doe je dan met de burgeroorlog die er nu al is? Je zet ons tussen twee vuren en noemt dat democratie. Zolang de troepen in Afghanistan blijven, zal er burgeroorlog zijn. Bij sommige Navo-bombardementen komen tientallen burgers om, vooral vrouwen en kinderen. De VS-troepen zeggen trots dat ze zelfs een mier kunnen ontdekken met hun apparatuur, maar tussen een kind en een Talibanstrijder kunnen ze geen onderscheid maken? Zo hou je toch geen burgerloorlog tegen? Het is heel eenvoudig. Geef niet langer miljoenen dollar aan die warlords en hun rijk stort in elkaar. Het zijn papieren tijgers.”

[V]: De Westerse landen kunnen toch niet de bevolking van Afghanistan overleveren aan de Taliban?

Malalai Joya: “Nu staan wij tegenover drie vijanden: de bezettingstroepen, hun handlangers in de regering en de Taliban. Daarom moeten die troepen van de VS en de Navo zo snel mogelijk weg uit Afghanistan. Dan blijven er nog twee vijanden over. Dat is al iets makkelijker. En als de VS niet langer honderden miljoenen dollar doorsluizen naar de warlords, dan stort hun rijk als een kaartenhuis in elkaar. Daar ben ik zeker van want ze genieten geen enkele steun bij de bevolking.”

[V]: De prille verbetering van de vrouwenrechten dreigt dan wel snel weer verloren te gaan.

Malalai Joya: “Vrouwenrechten komen niet uit de loop van een geweer. Ze komen niet door fosfor- en clusterbommen of verarmd uranium. Of door onschuldige mensen plat te bombarderen. In de voorbije acht jaar werden er vier keer meer gewone burgers dan Talibanstrijders vermoord door de bezettingstroepen. Miljoenen Afghanen lijden onder de onveiligheid, de armoede, de werkloosheid en onrechtvaardigheid. Zelfs in Kaboel zijn we niet veilig. Natuurlijk kwam er hier en daar een symbolische verandering. In het parlement zitten 68 vrouwen, maar de meeste zijn aangeduid door de fundamentalisten en de warlords.”
 
“De groeiende onveiligheid zorgt er ook voor dat weinig meisjes naar school gaan. Zij riskeren verkracht of ontvoerd te worden. De zoon van een parlementslid verkrachtte een meisje maar zijn vader zorgde er voor dat hij snel weer vrij kwam. Door wat jullie te zien krijgen op tv en in de kranten denken jullie natuurlijk dat alleen de Taliban misdaden pleegt.”

[V]: Een deel van de Belgische troepen helpt ook bij de opleiding van het Afghaanse leger. Obama hoopt dat dat leger snel de verantwoordelijkheid kan overnemen van de buitenlandse troepen.

Malalai Joya: “Het Afghaanse leger is een vijand van het Afghaanse volk. Wie zwaait er de plak over het leger? De warlords. Je maakt een konijn toch niet verantwoordelijk over de voorraad wortels? Ooit hadden we een vrijwilligersleger, maar daar willen de warlords niet van weten.”

[V]: De buitenlandse troepen houden zich ook bezig met de heropbouw. Kunnen ze zo de sympathie winnen van de Afghaanse bevolking?

Malalai Joya: “Helaas zijn er ook NGO-lords. Veel geld dat eigenlijk bestemd is voor de bouw van scholen verdwijnt in de zakken van de warlords. Veel NGO's zijn corrupt. Ik heb het met mijn ogen kunnen zien. Er worden scholen gebouwd met de goedkoopste materialen. Er worden snel wat foto's genomen om te tonen in de mainstreammedia. Maar na een jaar blijft er nog weinig van over. Elke dag spenderen de VS 160 miljoen dollar aan de oorlog in Afghanistan. Wat zouden we allemaal niet kunnen doen met dat geld?”

[V]: Er is alleen een politieke oplossing mogelijk, zeggen sommigen. Is het dan geen goed idee om te onderhandelen met de gematigde Taliban in de hoop dat ze hun wapens neerleggen?

Malalai Joya: “Weet u, er zijn helemaal geen gematigde Taliban! Er zijn alleen barbaarse Taliban waarvan er nu door Karzai een paar aangeduid worden als gematigd. Het probleem is dat de mainstreammedia zand strooien in de ogen van de mensen. Bush zette een prijs van 25 miljoen dollar op het hoofd van Hekmatyar en onder Obama zou die gematigde terrorist plots weer in de regering terechtkomen? Zo wordt nog maar eens gespeeld met de toekomst van mijn volk. Ik vrees dat de politiek van Obama nog gevaarlijker wordt dan die van oorlogscrimineel Bush.”

[V]: Hoe reageren Westerse politici op uw redenering?

Malalai Joya: “Hoewel ik een verkozen parlementslid ben, krijg ik weinig politici te zien. Ik was ooit in Duitsland en mijn aanhangers daar drongen er bij de regering op aan om mij te ontvangen. De regering weigerde: “zij is toch geen parlementslid meer?”. Dus in plaats van mijn ontslag aan te klagen, doen ze gewoon mee. Dat bewijst dat ook de Duitse regering bang is van de waarheid. Gelukkig staan veel gewone mensen wel aan mijn kant.”

[V]: Wat zou u zeggen als de Belgische minister van Defensie Pieter De Crem u toch de kans geeft om hem te ontmoeten?

Malalai Joya: “Uw land zou een onafhankelijke koers kunnen varen. Dan zouden jullie welkom zijn om mee het land te helpen opbouwen. Maar als de buitenlandse troepen in Afghanistan blijven, zullen ze een lesje krijgen zoals eerder ook de Britten en de Sovjets er één gekregen hebben. Uw land steunt de Amerikaanse strategie. De VS willen voet aan de grond krijgen in Afghanistan omdat ze zo makkelijker twee andere supermachten, Rusland en China, kunnen controleren. En in één ruk door krijgen ze zo ook makkelijker toegang tot de gas en olie in de Centraal-Aziatische republieken. Daar wil u toch niet aan meedoen?”

[V]: Hebt u er nooit aan gedacht om de onveiligheid te ontvluchten en uw werk verder te zetten vanuit een veilig land?

Malalai Joya: “Ik wil mijn mensen niet in de steek laten. Ik vertel ook overal dat een land nooit bevrijd kan worden door een ander land. Vechten voor democratie en vrouwenrechten is de verantwoordelijkheid van het volk zelf. Dan zou het niet consequent zijn om zelf in het buitenland te gaan zitten. Ik grijp elke kans om te reizen omdat het een manier is om overal in de wereld solidariteit op te wekken voor de strijd van het Afghaanse volk. Maar als ik definitief in het Westen zou blijven, zou ik afgesneden zijn van mijn volk.”

“Ik moet alleszins niet rekenen op de Afghaanse media dat ze mijn boodschap correct zouden doorgeven aan de bevolking. Vroeger hadden een paar democratische bewegingen wel een krantje, maar door geldgebrek hebben ze de verspreiding moeten stopzetten.”

[V]: Waarom bent u nooit lid geweest van één van de bestaande partijen?

Malalai Joya: “Verschillende democratische partijen hebben aan mijn mouw getrokken, maar ik blijf liever onafhankelijk. Ik ben een sociale activist. Ik wil geen compromissen sluiten. Maar ik denk ik er over na. Misschien is het wel tijd om de krachten te bundelen en een nieuwe partij op te richten waar de andere democratische partijen en intellectuelen dan kunnen bij aansluiten. Ik denk er ernstig over na.”

[V]: Doet u mee aan de volgende parlementsverkiezingen?

Malalai Joya: “Er wordt heel hard aan mijn mouw getrokken om opnieuw mee te doen aan de parlementaire verkiezingen. Ik denk ook daar hard over na, maar het wordt moeilijk want ik kan geen campagne voeren.”

[V]: Uit uw biografie blijkt dat boeken een belangrijke rol speelden in uw leven.

Malalai Joya: “Boeken zijn als licht. Ik had het geluk dat mijn vader mij de kans gaf om te lezen. Die boeken hebben een grote impact gehad op mij. Vooral het boek Gadfly (van de Engelse schrijfster Ethel Lilian Voynich, nvdr) was heel belangrijk. Dat boek veranderde mijn leven. Ik zag de verfilming, las het boek en keek nog eens naar de film.”

[V]: Welke boeken leest u nu?

Malalai Joya: “Vroeger kon ik heel snel lezen. In de tijd van de Taliban las ik soms drie boeken in een week hoewel ik bijna alle woorden moest opzoeken in een woordenboek. Mijn oudere broer geloofde me niet en op een dag nam hij een boek en begon me te ondervragen, maar ik kon alle vragen beantwoorden. Vanaf dan heeft mijn familie me nog meer gesteund om te lezen en te studeren. Maar nu lukt het me alsmaar minder om te lezen. Ik ben snel moe. Het leven is zo moeilijk. Aan romans kom ik helemaal niet meer toe. Ik moet artikels schrijven, toespraken voorbereiden, interviews geven.”

[V]: Denkt u dat de VS en hun bondgenoten de oorlog ooit zullen winnen?

Malalai Joya: “Ze hebben de oorlog al verloren.”

[V]: Kunt u zich dat voorstellen: een vrij en vredig Afghanistan?

Malalai Joya: “Ik denk vaak dat ik het niet meer zal meemaken. Misschien wel... als ze mij niet vermoorden.”

Copyright 2010 Creative Commons    Overgenomen uit: DE WERELD MORGEN                                                                                                       top pagina

 
ON THE WEBSITE
  SARAH  MEYER
  ARTICLES
  AND RESEARCHES

 
PUBLISHED BY THE
  B
RUSSELLS TRIBUNAL

  here
  DAILY NEWS
  FROM
  URUKNET
  AMSI
  GLOBALRESEARCH
  CLG, ICH

  here
  VIOLATIONS
  OF
  IRAQI
  CHILDREN

  Dr.Souad
  Al-Azzawi
            here
 MAX FULLER
 ARTICLES
 AND RESEARCHES
 PUBLISHED BY THE
 BRUSSELLS
 TRIBUNAL                here    
     
 
               Please druk niet op reply, maar als je ons wil contacteren mail naar: newsletter@brussellstribunal.org